Welke mogelijkheden hebben verhuurders en huurders bij lopende huurovereenkomsten om de huurprijs aan te passen? Dat hangt af van het huurregime: bij woonruimte, middenstandsbedrijfsruimte en overige bedrijfsruimte gelden andere regels.
Woonruimte: huurder goed beschermd
Voor woonruimte heeft de wetgever veel bescherming gegeven aan huurders die woonruimte huren onder de zogenaamde liberalisatiegrens van op dit moment € 664,66. Daar kent de wet slechts de mogelijkheid van jaarlijkse huurverhoging door de verhuurder die bovendien ook nog gereguleerd wordt door de overheid. Dit gebeurt aan de hand van het woningwaarderingsstelsel of puntensysteem. Een huurder heeft de mogelijkheid om huurverlaging te vragen als de huurprijs niet in verhouding staat tot de zogenaamde “puntentelling” van de woning.
Bij verhuur van woningen boven de liberalisatiegrens kan de huurder alleen gedurende het eerste half jaar van de huurovereenkomst verlaging vragen als de huurprijs te hoog is gelet op het aantal punten. Gebeurt dit niet dan kan dat niet later alsnog. Verhuurder heeft boven deze grens ook weinig mogelijkheden om tot een huurverhoging te komen, als dit niet van tevoren is afgesproken.
Middenstandsbedrijfsruimte (290): vergelijkingspanden voer voor discussie!
De wet biedt zowel de verhuurder als de huurder de mogelijkheid om de huurprijs door de rechter nader vast te laten stellen. Dit kan na afloop van de afgesproken huurperiode, of anders nadat tenminste vijf jaren zijn verstreken. De rechter let op het gemiddelde van de huurprijzen van vergelijkbare bedrijfsruimte ter plaatse, die zich hebben voorgedaan in de afgelopen vijf jaren. Dat is dus geen markthuur. Voordat een vordering bij de rechter tot huurverlaging/-verhoging kan worden ingediend, moeten partijen gezamenlijk een deskundige aanwijzen. Deze deskundige geeft een advies over de nadere huurprijs op basis van vergelijkingspanden. Die laatste zijn voor deskundigen niet altijd eenvoudig te vinden en geven in procedures vaak voer voor discussie.
Overige bedrijfsruimte (230a): geen tussentijdse huurprijsaanpassing mogelijk
Voor de categorie kantoorruimte c.a. kent de wet geen mogelijkheid tot tussentijdse huurprijsaanpassing. Daar zijn partijen (dus) aangewezen op het middel van opzegging van de huur als pressiemiddel om tot een huurprijsverlaging/-verhoging te komen. Maar durven partijen dat in de huidige markt? Een verhuurder van kantoorruimte is vaak allang blij dat hij zijn pand bezet heeft, ook is het wellicht niet voor een exact marktconforme huur. Voor huurders kan het interessant zijn om de huur op te zeggen om daarmee onderhandelingsruimte te creëren voor een eventuele nieuwe huurperiode. Keerzijde kan wel zijn dat als partijen daar niet uitkomen, je als huurder ook daadwerkelijk moet vertrekken.
Al met al genoeg reden om eens na te denken over uw huurprijs en de mogelijkheid tot verhoging/verlaging. Graag zijn we u daarbij van dienst. Op de achtergrond als “sparringpartner”, dan wel op de voorgrond in een eventuele procedure.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met: Saskia Frijling
Moet een elektriciteitsleverancier zijn facturen corrigeren wanneer uit 'har...
De tijd van het jaar komt er weer aan waarin menigeen zijn vaste verblijf ti...
Op de hoogte blijven? Meld u aan voor onze nieuwsbrief!