Als ondernemer loopt u financiële risico’s. Om uw partner tegen deze risico’s te beschermen trouwt u op huwelijkse voorwaarden. Mocht u onverhoopt failliet worden verklaard, dan is het een geruststellende gedachte dat de woning die op naam van uw partner staat buiten het faillissement valt, toch? Huwelijkse voorwaarden alleen blijken echter geen garantie te bieden voor de partner om van de gevolgen van het faillissement van de ondernemer gevrijwaard te blijven.
Juridisch kader
De partner van de gefailleerde heeft op grond van artikel 61 lid 1 van de Faillissementswet (Fw) het recht om zijn eigen goederen terug te nemen. De schuldeisers van de gefailleerde kunnen zich niet op deze goederen verhalen. De wetgever is beducht geweest voor ‘samenspanning’ tussen echtelieden. Hij wilde voorkomen dat voorafgaand aan het faillissement goederen aan de gemeenschap zouden worden onttrokken. De partner van de gefailleerde mag daarom op grond van artikel 61 lid 4 Fw alleen goederen terugnemen waarvan is aangetoond dat zij volledig met eigen geld zijn betaald.
De uitspraak van de Rechtbank Almelo
De feiten in deze zaak waren kort gezegd als volgt. Een man en een vrouw waren in 2000 buiten gemeenschap van goederen getrouwd. De vrouw had in 2002 een woning gekocht. De woning stond uitsluitend op haar naam. De aankoop van de woning werd voor ongeveer driekwart gefinancierd met een hypothecaire geldlening (een zgn. aflossingsvrije hypotheek). De man en de vrouw waren hoofdelijk schuldenaar voor deze schuld. Het resterende kwart van de aankoopsom werd betaald uit de opbrengst uit de verkoop van het appartement van de vrouw. De rente over de hypothecaire geldlening werd betaald vanaf de girorekening van de vrouw. Op deze girorekening werd maandelijks het salaris van de man gestort. In 2008 ging de man failliet. De curator van de man vorderde medewerking van de vrouw aan de overdracht van de woning aan de faillissementsboedel.
De rechter stelde de curator in het gelijk. Volgens de rechter was de vrouw er niet in geslaagd te bewijzen, dat zij de woning uitsluitend van haar eigen geld had betaald. Met name de omstandigheden dat de vrouw en de man hoofdelijk verbonden waren voor de hypothecaire geldlening en de rente werd betaald van een girorekening waarop maandelijks het salaris van de man werd gestort, speelde een belangrijke rol in het oordeel van de rechter. Op basis van deze feiten was het volgens de rechter aannemelijk dat de man had bijgedragen in de financiering van de woning.
De gevolgen van de uitspraak van de Rechtbank Almelo zijn voor de vrouw verstrekkend. Zij is veroordeeld om haar medewerking te verlenen aan de overdracht van de woning aan de curator. De woning kan na overdracht door de curator worden verkocht. De opbrengst uit de verkoop komt dan ten goede aan de schuldeisers van de gefailleerde man.
Hoe kunnen de financiële risico’s worden beperkt
De les die uit de uitspraak van de Rechtbank Almelo kan worden geleerd is, dat huwelijkse voorwaarden alleen onvoldoende zijn om alle financiële risico’s uit te sluiten. Wanneer tijdens het huwelijk door één van de echtgenoten met eigen geld een woning wordt gekocht, dan is het raadzaam om hiervoor zelfstandig een hypothecaire geldlening af te sluiten en de rente en aflossingen van een afzonderlijke bankrekening te betalen.
Voor meer informatie kunt u zich wenden tot mr. Arthur van Heeswijck
Moet een elektriciteitsleverancier zijn facturen corrigeren wanneer uit 'har...
De tijd van het jaar komt er weer aan waarin menigeen zijn vaste verblijf ti...
Op de hoogte blijven? Meld u aan voor onze nieuwsbrief!