1 + 1 = 1

Leestijd 2 minuten

Een aanbesteder mag op grond van artikel 1.5 van de Aanbestedingswet opdrachten niet onnodig samenvoegen. Op 22 november 2013 deed de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland voor het eerst uitspraak over deze bepaling. In december 2013 schreef ik hierover een weblog. De klagende leverancier die door de voorzieningenrechter in het ongelijk werd gesteld, heeft het er niet bij laten zitten en heeft hoger beroep ingesteld. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft recent uitspraak gedaan .

Oordeel voorzieningenrechter

Nog even in het kort de feiten en het oordeel van de voorzieningenrechter. Het ging om een Europese openbare aanbestedingsprocedure van een opdracht tot het leveren van multifunctionals met een geïntegreerd betaalsysteem. Een leverancier van betaalsystemen vond dat hiermee twee opdrachten werden samengevoegd, een opdracht voor de levering van multifunctionals aan de ene kant en een opdracht voor de levering van een betaalsysteem aan de andere kant. Dit was in zijn ogen in strijd met het verbod van artikel 1.5 van de Aanbestedingswet om opdrachten onnodig samen te voegen. De voorzieningenrechter volgde het standpunt van de leverancier niet. Hij beschouwde de opdracht tot de levering van multifunctionals met een geïntegreerd betaalsysteem als één opdracht. Van het samenvoegen van opdrachten was naar zijn oordeel dus geen sprake. Aan de beantwoording van de vraag of opdrachten onnodig werden samengevoegd, kwam hij daardoor niet toe.

Oordeel hof

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden deelt het oordeel van de voorzieningenrechter. Hij overweegt dat de aanbesteder vrij is zijn behoeften aan de multifunctionals in eisen te vertalen en deze behoeften te bundelen in één apparaat, de multifunctionial. Dat de klagende leverancier, die alleen betaalsystemen fabriceert, hierdoor niet zelfstandig op de aanbesteding kan inschrijven, doet hier niet aan af. Dit zou volgens het gerechtshof alleen anders zijn, als het gevraagde product niet één "technische of economische functie" zou vervullen, maar daarvan is het gerechtshof niet gebleken.

Conclusie

De contouren van het verbod van artikel 1.5 van de Aanbestedingswet om opdrachten niet onnodig samen te voegen worden langzaam zichtbaar. De keuzevrijheid van de aanbesteder om de opdracht naar eigen behoeften in te richten, lijkt voorop te staan. Pas wanneer de verschillende onderdelen van de opdracht niet één "technische of economische functie” vervullen, is sprake van het samenvoegen van opdrachten. En dat mag alleen als de aanbesteder dit motiveert. De vraag is natuurlijk wanneer er sprake is van één "technische of economische functie”. De toekomst zal moeten leren waar de grenzen precies liggen.

Reacties

Nog geen reacties

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt
Start chatgesprek

Medewerkers zijn nu beschikbaar

Onze medewerkers zijn nu online om uw zakelijke vragen te beantwoorden. Vul de naam van uw organisatie in en klik op "Start chat" om een chatgesprek te starten.

Sorry, de chat is momenteel niet beschikbaar