Auteursrecht architect

Leestijd 3 minuten

De afgelopen tijd zijn twee noemenswaardige uitspraken van rechters verschenen over het auteursrecht van de architect.

Het ging in beide gevallen om het volgende. De architect was een samenwerkingsovereenkomst aangegaan met de aannemer. De architect maakte een ontwerp en de aannemer zou dat gaan realiseren en vervolgens verkopen (het betrof woningen en appartementen).

In beide gevallen ging de aannemer, nadat hij begonnen was met de bouw, failliet. In beide gevallen werd (een deel van de) facturen van de architect onbetaald gelaten.

In beide gevallen werd - met tussenkomst van de curator - een overeenkomst gesloten met een nieuwe aannemer, die zich verbond om het werk af te bouwen en dat deed conform het ontwerp van de architect. Ik noem hen hierna “de afbouwers”.

Beide afbouwers werden vervolgens aangesproken door de architect. De architect was van mening dat de afbouwers, door zijn ontwerp te bouwen, inbreuk maakten op zijn auteursrecht (meer in het bijzonder, het “verveelvuldigingsrecht”) en dus onrechtmatig handelden.

De afbouwers meenden dat, als de failliete aannemer mocht bouwen, zij dat dus ook wel zouden  mogen. Zij meenden dat zij de toestemming, die de failliete aannemer had van de architect om het ontwerp te realiseren, hadden verkregen met het sluiten van het contract met de curator.

Wie kreeg gelijk denkt u? De architect. In beide gevallen oordeelde de rechter dat de architect toestemming (een licentie) had gegeven aan de failliete ondernemer om zijn ontwerp te realiseren, maar niet aan de afbouwer. Die afbouwer had die toestemming niet verkregen.

In één van de twee zaken oordeelde de rechter meer specifiek nog dat deze licentie ook niet overdraagbaar is. De redenering: je kiest als architect een partij die jouw ontwerp realiseert in verband met – bijvoorbeeld – de bijzondere deskundigheid van diegene. Diegene kan die licentie dus niet overdragen aan een ander; misschien bezit die ander de deskundigheid namelijk helemaal niet en “verpest” die het ontwerp.

De afbouwers verloren dus en mochten niet verder bouwen. Een aantal vragen “popt dan nog op”. De eerste: is nog relevant of het werk bijna af is? Dan valt er immers niet veel meer te “verpesten” aan het ontwerp. Mogelijk wel: de rechters lieten zich hier echter niet over uit. De tweede: was het anders geweest als de architect geheel betaald was? In beginsel niet, maar geheel zonder belang is dat ook niet: is de architect al grotendeels betaald, dan wordt aangenomen dat hij zich toch minder gemakkelijk zou kunnen verzetten.

Rechtbank Noord Holland 31 augustus 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:7375
Rechtbank Gelderland 24 maart 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:2023

Reacties

Nog geen reacties

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt
Start chatgesprek

Medewerkers zijn nu beschikbaar

Onze medewerkers zijn nu online om uw zakelijke vragen te beantwoorden. Vul de naam van uw organisatie in en klik op "Start chat" om een chatgesprek te starten.

Sorry, de chat is momenteel niet beschikbaar