De jij-bak in het Recht

Leestijd 4 minuten

Als je echt niet meer weet wat je aan je vordering voor argumenten ten grondslag moet leggen, kun je altijd nog je toevlucht zoeken tot argumenten die uitstijgen boven de concrete casus maar wel lekker bekken. Dat komt nogal eens voor in het financiële recht, waar vaak bloed vloeit – en onrecht wordt gevoeld - als gevolg van waardedaling van vermogensbestanddelen of de onmogelijkheid om rente- en/of aflossingsverplichtingen na te komen.

In 2016 [ECLI:NL:RBMNE:2016:4508] stelde een klant van Regiobank dat de bank aansprakelijk moest worden gehouden voor de restschuld die voor de klant overbleef nadat de bank de hypothecair verbonden woning had geëxecuteerd. De klant onderbouwde die stelling met het verwijt aan de bank dat deze haar zorgplicht jegens de klant had geschonden, omdat de bank in macro-economisch opzicht een rol heeft gespeeld in het ontstaan van de kredietcrisis en de daarmee verbonden daling van de huizenprijzen. Volgens de klant had de financiële sector, inclusief Regiobank, haar klanten verleid tot maximale hypotheekafname, omdat daarvan geprofiteerd werd in het kader van de securitisatiepraktijk en worden negatieve gevolgen daarvan ten onrechte afgewenteld op de schuldenaren, zoals de klant.

De Rechtbank Midden-Nederland wijst die verwijten van de hand.

Op de bank rust inderdaad een zorgplicht, maar die heeft betrekking op de concrete aspecten van de adviesrelatie, zoals de waarde van de woning, de verdiencapaciteit van de klant, de vermogenspositie van de klant en alle overige concrete omstandigheden die bij het verstrekken van een financiering van belang zijn. In zijn algemeenheid de kredietcrisis tot oorzaak maken van de problemen waarin deze klant verkeert en de bank daarvoor aansprakelijk houden, gaat te ver.

Niet lang daarna waagde een andere gedupeerde zich op het strijdtoneel [ECLI:NL:RBMNE:2016:6718], min of meer met hetzelfde argument. En ook weer bij de Rechtbank Midden-Nederland. In die zaak daagde een gedupeerd vastgoedfonds Propertize voor de rechter. Propertize is de naam van wat voorheen SNS Property Finance was en in het kader van de nationalisatie was omgedoopt. Propertize had zijn miljoenenvordering op het vastgoedfonds overgedragen aan ELQII, een dochter van Goldman Sachs. Na enige tijd van aandringen op aflossing en andere maatregelen ging ELQII over tot veiling van het vastgoed van het fonds. Het vastgoedfonds sprak Propertize aan met de stelling dat Propertize tekortgeschoten was in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de leningsovereenkomst, althans dat de overdracht van de vordering aan ELQII naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was. Inzet was uiteraard het verkrijgen van schadevergoeding. Aan haar vordering legde Propertize, onder meer, ten grondslag de stelling dat zij in plaats van te maken te hebben met een voormalige Nederlandse systeembank, die opereert onder toezicht van de Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten, nu een buitenlandse financier tegenover zich vond “zonder normatieve of ethische rem op haar handelen”. In dit geval was dat laakbaar, omdat het vastgoed van het fonds onder water stond als gevolg van de crisis op de markt voor commercieel vastgoed, waarvoor zowel Propertize als de Goldman Sachs-dochter mede verantwoordelijk waren. De Rechtbank laat hier wat meer in het midden wat zij van dit argument vindt, doordat zij enerzijds droogjes vaststelt dat het vastgoedfonds dit verweer desgewenst ook tegen ELQII kan inroepen en dus niet benadeeld is door de overdracht van de vordering. Tevens merkt de Rechtbank op dat Propertize niet profiteert van haar eigen maatschappelijk onzorgvuldig handelen bestaande uit het opblazen van de commerciële vastgoedzeepbel, nu Propertize de vordering met een zeer aanzienlijke discount heeft overgedaan aan ELQII en daarmee dus een groot verlies op de vordering heeft moeten accepteren.

Wat je van al die argumenten ook mag vinden, het blijft toch jij-bakken. Het wereldleed aanroepen heeft geen zin; je zult het altijd moeten doen met de concrete feiten die in het voorliggende geval bepalen of er sprake is van onbehoorlijk handelen en of daardoor schade is geleden.

Reacties

Nog geen reacties

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt
Start chatgesprek

Medewerkers zijn nu beschikbaar

Onze medewerkers zijn nu online om uw zakelijke vragen te beantwoorden. Vul de naam van uw organisatie in en klik op "Start chat" om een chatgesprek te starten.

Sorry, de chat is momenteel niet beschikbaar