De nieuwe Wet kwaliteitsborging voor het bouwen

Leestijd 4 minuten

Minister Blok heeft op 21 april 2016 het wetsvoorstel “Wet kwaliteitsborging voor het bouwen” naar de Tweede Kamer gestuurd. Als dat wetsvoorstel inderdaad wet wordt, betekent dat nogal wat voor het bouwproces. Daarom hier een korte toelichting op de inhoud van het wetsvoorstel.

Grosso modo ziet het wetsvoorstel enerzijds op het invoeren van een systeem voor private kwaliteitsborging en worden anderzijds enkele wijzigingen doorgevoerd in het burgerlijk wetboek.

Private kwaliteitsborging

De preventieve toetsing door het bevoegd gezag bij de aanvraag van een omgevingsvergunning vervalt. De bouwende partijen worden zélf verantwoordelijk voor de bouwkwaliteit. Hoe gaat dat in zijn werk?

  • Marktpartijen (instrumentaanbieders) ontwikkelen instrumenten voor de uitvoering van de kwaliteitsborging. Het instrument voor kwaliteitsborging is in essentie afgestemd op de gevolgklasse (er komen er 3: hoe groter de gevolgen van het falen van een bouwwerk, hoe hoger de gevolgklasse) en het type bouwwerk waarop het gericht is.
  • Er wordt een toelatingsorganisatie opgericht door de overheid. Die toetst of een instrument voor kwaliteitsborging voldoet aan de (door de overheid) gestelde regels voor toelating tot het stelsel en houdt toezicht op de naleving van die regels.
  • Degene die een bouwwerk wil (ver)bouwen – opdrachtgever/vergunninghouder – kiest een geschikt instrument voor kwaliteitsborging en kiest daarnaast een zogeheten kwaliteitsborger. Dat is een partij die met toestemming van de instrumentaanbieder dit instrument toepast, om de kwaliteitsborging uit te voeren.
  • Er komt een openbaar register dat informatie geeft over 1) de toegelaten instrumenten voor kwaliteitsborging, 2) de instrumentaanbieders en 3) kwaliteitsborgers.
  • Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning toetst het bevoegd gezag alleen nog maar of gebruik wordt gemaakt van een toegelaten instrument dat geschikt is voor het type bouwwerk en of deze met toestemming van de instrumentaanbieder door een kwaliteitsborger wordt toegepast.
  • Aan het eind van de rit volgt een verklaring van de kwaliteitsborger, die aangeeft dat hij de kwaliteitsborging heeft uitgevoerd in overeenstemming met de in het toegelaten instrument voorgeschreven werkwijze, en dat het bouwwerk naar zijn oordeel voldoet aan de bouwtechnische voorschriften. De opdrachtgever/vergunninghouder heeft deze verklaring nodig om het bouwwerk gereed te kunnen melden bij het bevoegd gezag.

De Minister heeft een schema gemaakt, in een poging dit alles wat te verduidelijken. Dat schema ziet er als volgt uit:

Wijzigingen in het burgerlijk wetboek

De meest in het oog springende wijziging die voor eenieder gevolgen zal hebben, is de wijziging van de opleveringsbepaling bij aanneming van bouwwerken. Het begrip “verborgen gebrek” – een begrip dat we al járenlang hanteren – komt te vervallen. Dat is een “revolutie” te noemen. De nieuwe opleveringsbepaling komt als volgt te luiden:

“In afwijking van het derde lid, is bij aanneming van bouwwerken de aannemer aansprakelijk voor gebreken die bij de oplevering van het werk niet zijn ontdekt, tenzij deze gebreken niet aan de aannemer zijn toe te rekenen.”

Met andere woorden: voor elk gebrek dat de opdrachtgever bij de oplevering niet heeft ontdekt blijft de aannemer aansprakelijk. Dit roept vele vragen op: waarom zou je als opdrachtgever nog energie steken in de oplevering? En hoe ga je als aannemer vastleggen dat iets wél is ontdekt?

Bij particuliere opdrachtgevers mag van deze opleveringsbepaling niet worden afgeweken. Bij professionele opdrachtgevers mag dat wel. Maar ja: die professionele opdrachtgevers zijn vaak degenen die de contracten opstellen (zeker bij aanbestedingen). Die zullen vanzelfsprekend niet ten nadele van zichzelf af gaan wijken.

Voor de goede orde: dit geldt alleen bij aanneming van bouwwerken. Voor andere werken, zoals een elektrotechnische installatie bijvoorbeeld, verandert er niets en blijft alles bij het oude. Daar blijft het “verborgen gebrek” dus wel relevant.

Ten slotte nog twee andere wijzigingen, die alleen bij particuliere opdrachtgevers relevant zijn:

  1. De 5% regeling wordt aangepast: voortaan mag de notaris de 5% pas aan de aannemer overmaken als de aannemer de opdrachtgever eerst in de gelegenheid heeft gesteld aan te geven of hij van dit opschortingsrecht gebruik wil maken.
  2. Er komt een aanvullende schriftelijke informatieplicht vooraf over bouwrisico’s en de vraag in hoeverre één en ander gedekt is door een verzekering.

Inwerkingtreding

Het wetsvoorstel moet natuurlijk nog door de Tweede en de Eerste Kamer. De Minster wil (vervolgens) een gefaseerde inwerkingtreding. Per 1 januari 2018 moeten de wijzigingen in het burgerlijk wetboek worden doorgevoerd. Verder moet per die datum de private kwaliteitsborging worden ingevoerd voor woningen en eenvoudige bedrijfsgebouwen (gevolgklasse I). Daarna wordt er geëvalueerd, en wordt bekeken hoe en wanneer de private kwaliteitsborging ook voor de overige bouwwerken (gevolgklassen 2 en 3) wordt ingevoerd.

Reacties

Nog geen reacties

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt
Start chatgesprek

Medewerkers zijn nu beschikbaar

Onze medewerkers zijn nu online om uw zakelijke vragen te beantwoorden. Vul de naam van uw organisatie in en klik op "Start chat" om een chatgesprek te starten.

Sorry, de chat is momenteel niet beschikbaar