Geflitst wegens flitskrediet

Leestijd 3 minuten

In de Wet op het financieel toezicht (Wft) is een verbod opgenomen om zonder vergunning krediet te verlenen aan consumenten. Een uitzondering is gemaakt voor het verstrekken van krediet met een looptijd van korter dan drie maanden, mits daar niet meer dan onbetekenende kosten voor in rekening worden gebracht. Een vergunninghouder mag niet meer kosten dan 15% van de hoofdsom op jaarbasis in rekening brengen.

Voor marktpartijen die zonder vergunning willen of moeten opereren is er op deze basis eigenlijk geen aantrekkelijk businessmodel te ontwikkelen. Deze partijen wringen zich dan ook in tal van bochten om kredieten aan argeloze consumenten te verstrekken tegen relatief hoge vergoedingen, waarbij de vergoeding versleuteld wordt in aanverwante diensten die los zouden staan van de kredietverlening.

Businessmodel aanbieder

Zo had een aanbieder een businessmodel ontwikkeld, dat er in voorzag dat flitskrediet kon worden verkregen zonder vergoeding, mits de leningnemer een persoon borg liet staan voor de terugbetalingsverplichting (variant A) of de mogelijkheid een flitskrediet te krijgen, eveneens zonder vergoeding, maar dan met de verplichting om een garantie te kopen (bij een vennootschap waarvan de bestuurders van de aanbieder ook bestuurder waren) (variant B). 95% van de uitgezette kredieten viel in de categorie variant B. Voor de garantiestelling werd een bedrag van € 19,-- in rekening gebracht bij een krediet van € 100,-- voor 15 dagen en het hoogste bedrag dat in rekening werd gebracht was € 276,-- bij een krediet van € 800,-- voor 45 dagen. Niet bepaald onbetekenende kosten.

Overtreding Wft?

De AFM heeft de aanbieder boetes opgelegd voor het overtreden van de Wft en de overtreder gaat in beroep bij de Rechtbank Rotterdam. De overtreder stelt dat het hem uit de wetgeving niet voldoende duidelijk was dat de activiteit die hij ondernam niet onder de uitzondering van de wet viel. De overtreder doet een beroep op het zogenaamde “legaliteitsbeginsel”: geen straf zonder voorafgaande duidelijke wetsbepaling. De rechtbank maakt korte metten met dit verweer. De rechtbank stelt dat juist gelet op het beschermingsdoel van deze bepaling uit de Wft en de strikte uitzondering daarop het niet in de rede ligt om aan het verbod tot kredietverstrekking zonder vergunning een beperkte uitleg te geven. Zo nodig dienen de toezichthouder en de rechter door juridische constructies, die tot gevolg kunnen hebben dat het beschermingsbereik van wettelijke bepalingen (uit de Wft) wordt omzeild, heen te kijken.

Inbreuk op rechten “verdachte”?

Wordt hier inbreuk gemaakt op de rechten van een “verdachte” (de overtreder is geen verdachte in de zin van het Wetboek van Strafrecht; er is sprake van bestuurlijke boetes, maar niettemin)? Ja, in zekere zin wel, maar partijen die zich begeven op de markt van financiële dienstverlening moeten zich extreem bewust zijn van doel en strekking van wetgeving die beoogt het publiek te beschermen. Voor je het weet word je dus geflitst!

Reacties

Nog geen reacties

Reageren is uitgeschakeld

Start chatgesprek

Medewerkers zijn nu beschikbaar

Onze medewerkers zijn nu online om uw zakelijke vragen te beantwoorden. Vul de naam van uw organisatie in en klik op "Start chat" om een chatgesprek te starten.

Sorry, de chat is momenteel niet beschikbaar