Kan ik de overheid vragen mijn concurrent een bestuurlijke boete op te leggen?

Leestijd 3 minuten

Steeds vaker krijgen bestuursorganen (B&W, Minister) de mogelijkheid om bestuurlijke boetes op te leggen. Het gaat dan dus niet om een veroordeling door de strafrechter, maar om een besluit waarbij een bestuursorgaan aan een burger of bedrijf een boete oplegt. Bijvoorbeeld een boete van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) wegens overtreding van arbeidswetgeving (Arbeidstijdenwet, Arbeidsomstandighedenwet, Wet arbeid vreemdelingen), een boete door B&W wegens overtreding van een gemeentelijk voorschrift of boetes door “autoriteiten” (ACM, AFM). Meestal wordt zo’n boete ambtshalve opgelegd, na een eigen onderzoek door het bestuursorgaan. Sinds eind vorig jaar is duidelijk dat ook derden een bestuursorgaan kunnen verzoeken om aan een ander – bijvoorbeeld een concurrent – een boete op te leggen.

Boetes op verzoek

Daarvoor is wel nodig dat zo’n derde, die om een boete verzoekt, belanghebbende is. In twee uitspraken (5 oktober 2016 en 5 oktober 2016) oordeelde de Raad van State dat – in ieder geval – werknemers van een concurrerend bedrijf en een vakbond  belanghebbenden zijn. In deze zaken hadden werknemers (zeevarenden) in dienst van het ene bedrijf én een vakbond, aan de Minister van SZW gevraagd om aan een concurrent boetes op te leggen wegens overtreding van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag en de Wet arbeid vreemdelingen. Werknemers en vakbond vonden dat de concurrent – die veel werkte met buitenlandse werknemers - het niet zo nauw nam met deze wetgeving. Dat zou leiden tot concurrentievervalsing.

De Minister vond dat hij op deze verzoeken geen besluit hoefde te nemen, omdat die verzoeken – juridisch gezien – geen aanvragen zijn (artikel 1:3 lid 3 Awb). Aanvragen kunnen namelijk alleen worden gedaan door belanghebbenden. De werknemers van het concurrerende bedrijf en de vakbond zouden geen belanghebbenden zijn.

Daar denkt de Raad van State anders over. Volgens de Raad van State zijn de werknemers en vakbond zeker wel belanghebbenden. Overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen en de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag kan namelijk leiden tot verslechtering van de concurrentiepositie van een bedrijf en daardoor tot benadeling van de arbeidsrechtelijke positie en werkgelegenheid van de werknemers binnen dat bedrijf. Zij worden geraakt in een “fundamentele recht op arbeid ontleend belang” en zijn daarom rechtstreeks belanghebbenden bij een besluit tot boeteoplegging aan de concurrent. Datzelfde geldt voor de vakbond als belangenbehartiger van de werknemers.

De conclusie is dus dat in ieder geval werknemers en vakbonden –maar mogelijk ook andere belanghebbenden – bestuursorganen kunnen vragen om – bij wetsovertreding – boetes op te leggen aan een concurrent. Het bestuursorgaan zal zo’n verzoek in behandeling moeten nemen, onderzoek moeten doen en – als sprake is van een overtreding – een boete moeten opleggen. Laat het bestuursorgaan dat allemaal na, dan kunnen werknemers, vakbonden en andere belanghebbenden tegen die weigering om onderzoek te doen of een boete op te leggen procederen bij de bestuursrechter.

Reacties

Nog geen reacties

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt
Start chatgesprek

Medewerkers zijn nu beschikbaar

Onze medewerkers zijn nu online om uw zakelijke vragen te beantwoorden. Vul de naam van uw organisatie in en klik op "Start chat" om een chatgesprek te starten.

Sorry, de chat is momenteel niet beschikbaar