Mensenrechten, Groningers en gaswinning

Leestijd 3 minuten

Het lijkt vergezocht, maar in de discussie over gaswinning in Groningen, zouden internationale verdragen ter bescherming van mensenrechten een belangrijke rol moeten spelen. Bij mensenrechten denken wij snel aan landen als Rusland en China. Maar de bekendste mensenrechten-verdragen – bijvoorbeeld het Europees Verdrag ter bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM) – gelden evengoed in Nederland, en ook in Groningen. De Nederlandse overheid moet die mensenrechten garanderen en iedere Nederlander kan zich daarop beroepen.

Een van de meest essentiële mensenrechten is het recht op leven (artikel 2 EVRM). Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EVRM) heeft in een reeks van uitspraken geoordeeld dat artikel 2 EVRM de overheid verplicht om maatregelen te nemen om het leven van burgers te beschermen. Overheidsmaatregelen die levensbedreigende situaties veroorzaken, zijn niet toegestaan. Een overheidsbesluit dat welbewust leidt tot aardbevingen van 4,1 op de schaal van Richter (met 10% kans op zwaardere bevingen) staat op gespannen voet met dit fundamentele mensenrecht. Het EHRM oordeelde bijvoorbeeld dat het recht op leven was geschonden in een Turkse zaak, waarbij de Turkse autoriteiten onvoldoende hadden gedaan om slachtoffers van een gasontploffing op een vuilnisbelt te voorkomen, terwijl de autoriteiten wisten dat zich zo’n explosie – met dodelijke slachtoffers – zou kunnen voordoen.

Een ander belangrijk mensenrecht is het recht op ‘family life’, wat vrij vertaald neerkomt op het recht op een veilige woonomgeving (artikel 8 EVRM). Indien de situatie niet direct levensbedreigend is, maar er wel een reële kans bestaat dat de gezondheid en het milieu negatief worden beïnvloed, dan moet de overheid alle redelijkerwijs vergbare maatregelen nemen ter bescherming van een gezond leefmilieu, aldus opnieuw het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Daarbij is van belang dat het Europese Hof  het ‘voorzorgsbeginsel’ van toepassing vindt. Dat is een ingewikkeld beginsel en daar zijn boeken over vol geschreven. In de kern komt het er op neer dat bij het ontbreken van wetenschappelijke zekerheid de overheid ‘aan de veilige kant’ moet gaan zitten. Of heel vrij vertaald: bij twijfel niet inhalen. Dus ook bij (wetenschappelijke) onzekerheid over  de schadelijke gevolgen, moet de overheid zijn burgers optimaal beschermen. Een voorbeeld: Het EHRM oordeelde dat Roemeense autoriteiten hadden gehandeld in strijd met het recht op ‘family life’ omdat de autoriteiten – wetende van de risico’s van het gebruik van chemische middelen in een goudmijn – onvoldoende hadden gedaan om de kwaliteit van het leven van omwonenden te garanderen.

Tot slot waarborgt het Europees Verdrag ter bescherming van de Rechten van de Mens ook het ongestoorde genot van eigendom (artikel 1 eerste protocol bij het EVRM). Dat recht impliceert niet alleen dat de overheid van mijn eigendom moet afblijven. De overheid moet mijn eigendom respecteren en ervoor zorgen dat dat niet beschadigd raakt of in waarde vermindert. Is dat wel het geval, dan volgt uit artikel 1 Eerste Protocol bij het EVRM dat de overheid gedupeerde eigenaren volledig schadeloos moet stellen. 

Al deze mensenrechten en het voorzorgsbeginsel gelden niet alleen in Rusland, maar ook voor de gaswinning in Groningen. De discussie daarover mag niet alleen een financiële discussie zijn. Ook het recht op leven, het recht op ongestoord family life en het recht op eigendom spelen daarbij een belangrijke rol. Die mensenrechten mogen – ongeacht de overheidsfinanciën – niet worden geschonden en zijn de ondergrens voor de besluitvorming over gaswinning in Groningen.

Reacties

Nog geen reacties

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt
Start chatgesprek

Medewerkers zijn nu beschikbaar

Onze medewerkers zijn nu online om uw zakelijke vragen te beantwoorden. Vul de naam van uw organisatie in en klik op "Start chat" om een chatgesprek te starten.

Sorry, de chat is momenteel niet beschikbaar