Nalaten suppletieaangifte btw kan leiden tot boete en taakstraf

Leestijd 3 minuten

Het is een vervelende constatering aan het einde van het jaar; u heeft als btw-ondernemer te weinig omzetbelasting aangegeven. De wet verplicht u dit te melden bij de Belastingdienst via een suppletieaangifte. Bij melding binnen 3 maanden na afloop van het jaar waarin de btw moest worden betaald, wordt enkel een verzuimboete van 5% opgelegd. Doet u niet of na 3 maanden suppletieaangifte, dan kan dat leiden tot een vergrijpboete van maximaal 100% of erger, strafrechtelijke vervolging. Dit laatste overkwam recentelijk een Overijsselse BV en haar bestuurder.

Bewust geen aangifte doen

De accountant bericht aan de BV dat er suppletieaangifte BTW moet worden gedaan voor een bedrag ad € 462.397. De accountant wijst de bestuurder van de BV op de verplichting om deze aangifte in te dienen en op de gevolgen indien hij dit niet doet. De bestuurder besluit toch geen aangifte te doen, omdat hij het hiervoor benodigde geld nog niet voorhanden heeft.

Enige tijd nadien stelt de FIOD een onderzoek in bij de BV. Bij dit onderzoek komt aan het licht dat de bestuurder bewust geen suppletieaangifte BTW heeft gedaan. De BV en de bestuurder (als feitelijk leidinggever) worden hiervoor strafrechtelijk vervolgd. De bestuurder erkent ter zitting dat hij opzettelijk geen aangifte heeft gedaan. Op basis van deze erkenning en andere bewijsmiddelen komt de rechtbank tot de conclusie dat het feit bewezen kan worden verklaard. Maar welke straf wordt de BV en de bestuurder opgelegd?

Benadelingsbedrag versus strafmaat

Voor de bepaling van de strafmaat is van belang voor welk bedrag de staat (de Belastingdienst) is benadeeld door het niet doen van aangifte. Hoe hoger dit bedrag, hoe hoger de straf. Een verdachte heeft er dus belang bij om dit benadelingsbedrag zoveel mogelijk te verminderen.

In eerste instantie wordt het benadelingsbedrag gesteld op het bedrag van de suppletieaangifte. Uit een herberekening van de accountant blijkt echter dat het nadeel € 111.946 bedraagt: een stuk lager dus. De rechtbank volgt deze herberekening. Bij dit benadelingsbedrag hoort een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 5 tot 9 maanden of een taakstraf in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf.

Strafverminderende omstandigheden

De rechtbank houdt er vervolgens rekening mee dat de bestuurder het feit volmondig heeft erkend en zowel hij als de BV nog nooit eerder met justitie in aanraking zijn geweest. Ook van belang is dat de bestuurder binnen de BV orde op zaken heeft gesteld en heeft gezorgd dat de suppletieaangifte alsnog bij de Belastingdienst is ingediend.

Straf

Op basis van al deze feiten en omstandigheden veroordeelt de rechtbank de BV tot een boete van € 10.000 en de bestuurder tot een taakstraf van 120 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden, met een proeftijd van 3 jaren.

Reacties

Nog geen reacties

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt
Start chatgesprek

Medewerkers zijn nu beschikbaar

Onze medewerkers zijn nu online om uw zakelijke vragen te beantwoorden. Vul de naam van uw organisatie in en klik op "Start chat" om een chatgesprek te starten.

Sorry, de chat is momenteel niet beschikbaar