Parkeren

Leestijd 3 minuten

In de (binnen)stad is parkeren vaak een probleem. Dat geldt niet alleen voor bewoners en automobilisten. Ook bijvoorbeeld bij nieuwbouw van woningen of functiewijziging van leegstaande kantoren lopen ontwikkelaars aan tegen strenge parkeereisen. Het zal in de praktijk nog niemand zijn opgevallen, maar de juridische regeling van parkeernormen is eind 2014 nogal gewijzigd. Iets om rekening mee te houden bij (ver)bouwprojecten.

Wat is er veranderd?

Inhoudelijk eigenlijk niet zo heel veel, maar aanvragen om omgevingsvergunning werden tot december 2014 getoetst aan de Bouwverordening. In de door de meeste gemeenten gehanteerde Modelbouwverordening stond een bekend artikel (2.5.30), met als hoofdregel dat parkeren op eigen terrein moet plaatsvinden. Lukt dat niet, dan moet de ontwikkelaar zorgen voor voldoende parkeerplaatsen in de buurt.

Door de zogeheten Reparatiewet BZK geldt die regeling vanaf 29 november 2014 niet langer voor nieuwe bestemmingsplannen. In artikel 3.1.2 lid 2 Besluit Ruimtelijke Ordening (Bro) is nu geregeld dat parkeervoorschriften niet meer in de Bouwverordening thuishoren maar in het bestemmingsplan. In gebieden waar na 29 november 2014 een bestemmingsplan wordt vastgesteld, gelden de parkeervoorschriften van artikel 2.5.30 Bouwverordening niet meer. Als een na 29 november 2014 vastgesteld bestemmingsplan niets over parkeren bepaalt, kan de gemeente bij het verlenen van omgevingsvergunningen niet meer toetsen aan parkeervoorschriften.

In de meeste nieuwe bestemmingsplannen wordt inmiddels wel aandacht besteed aan het onderwerp parkeren. Vaak gebeurt dat met een “containernorm”, waarin kort gezegd staat dat een omgevingsvergunning alleen kan worden verleend als er “voldoende parkeergelegenheid” is.

Wat is eigenlijk “voldoende parkeergelegenheid” en waar staat dat?

In een uitspraak van 17 juni 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:1862) was de Raad van State daar zeer kritisch over. In de toelichting bij het bestemmingsplan stond namelijk dat voor de invulling van de norm “voldoende parkeergelegenheid” de gemeentelijke Beleidsnota parkeren zou gelden. Dat stond echter niet in de planregels zelf en enkel die regels zijn juridisch bindend; de toelichting is dat niet.

Het is dus van belang om een verwijzing naar eventueel gemeentelijk parkeerbeleid op te nemen in de planregels zelf. Gebeurt dat niet, dan kan dat ‘worst case’ leiden tot de situatie dat containernorm “voldoende parkeergelegenheid” door de rechter wordt vernietigd en er helemaal geen parkeernormen meer gelden.

Als parkeerplaatsen nodig zijn, moet bestemmingsplan daarin voorzien

Een andere parkeersituatie deed zich voor in een Raad van State uitspraak van 9 september 2015. Daarin was een (anterieure) overeenkomst gesloten tussen een gemeente en een projectontwikkelaar, met daarin onder meer de verplichting voor de projectontwikkelaar om minimaal 50 parkeerplaatsen te realiseren. Die verplichting stond wél in de overeenkomst, maar kwam niet terug in het bestemmingsplan dat de gemeente daarna vaststelde. Ook daar ging bij de Raad van State een streep doorheen. Als vast staat – bijvoorbeeld in een overeenkomst – dat voor een bepaald project parkeerplaatsen nodig zijn, dan moeten die parkeerplaatsen in het bestemmingsplan ook daadwerkelijk worden vastgelegd.

 

Reacties

Nog geen reacties

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt
Start chatgesprek

Medewerkers zijn nu beschikbaar

Onze medewerkers zijn nu online om uw zakelijke vragen te beantwoorden. Vul de naam van uw organisatie in en klik op "Start chat" om een chatgesprek te starten.

Sorry, de chat is momenteel niet beschikbaar