Planschade en stilzitten (passieve risicoaanvaarding)

Leestijd 3 minuten

In bestemmingsplannen worden vaak nieuwe bouw- en gebruiksmogelijkheden gecreëerd. Maar in bijvoorbeeld krimpgebieden worden tegenwoordig ook vaak bouw- en gebruiksmogelijkheden weggenomen. Een nieuw bestemmingsplan kan er toe leiden dat een grondeigenaar onder het nieuwe bestemmingsplan opeens veel minder mag bouwen dan onder het vorige plan was toegestaan. Of dat de gebruiksmogelijkheden worden beperkt, bijvoorbeeld geen kantoren of detailhandel meer. Zo’n planologische verslechtering kan ertoe leiden dat het perceel minder waard wordt. Dat leidt tot (plan)schade, maar die wordt lang niet altijd vergoed.

Bij planologische verslechtering niet stilzitten

Er bestaat in dit soort gevallen – het wegnemen van onbenutte bouw- of gebruiksmogelijkheden – alleen maar recht op planschade als de eigenaar ook daadwerkelijk iets heeft ondernomen om die bouw- en gebruiksmogelijkheden te realiseren. Andersom; wie weet dat het bestemmingsplan gaat veranderen, maar niets doet om de bouw- en gebruiksmogelijkheden uit het oude bestemmingsplan te verzilveren, heeft geen recht op planschade. Passieve risicoaanvaarding noemen juristen dat; of in normaal Nederlands stilzitten.

In rechtszaken over passieve risicoaanvaarding gaat het vaak over twee vragen.

Vanaf welk moment is een planologische verslechtering voorzienbaar?

In de eerste plaats vanaf het moment dat de voortekenen zichtbaar zijn van een beperking van de bestaande bouw- en gebruiksmogelijkheden. Met andere woorden: vanaf welk moment is een planologische verslechtering voorzienbaar? Dat is al snel het geval. Namelijk als “bezien vanuit de positie van een redelijk denkende en handelende eigenaar aanleiding bestond om rekening te houden met de kans dat de planologische situatie zou gaan veranderen in ongunstige zin”. Daarvoor is nodig dat er een concreet (gemeentelijk) beleidsvoornemen is dat openbaar is gemaakt. Zo’n beleidsvoornemen hoeft geen formele status te hebben (dus geen voorontwerpbestemmingsplan of iets dergelijks).

Actie! Maar hoe snel?

Vanaf dát moment moet actie worden ondernomen. Dat brengt ons bij de tweede vraag: hoeveel tijd heeft men daarvoor? In een recente uitspraak vond de Raad van State dat een grondeigenaar die 28 weken had gewacht met het ontwikkelen van een bouwplan te laat was. Hem werd  passieve risicoaanvaarding (stilzitten) voor de voeten geworpen. De schade die hij leed doordat in het nieuwe bestemminsgplan veel minder bebouwing was toegestaan,  hoefde niet te worden vergoed.

Wie dus voorziet dat het bestemmingsplan voor hem nadelig gaat veranderen (omdat bouw- of gebruiksmogelijkheden gaan verdwijnen), doet er dus goed aan om direct in actie te komen en een concrete poging te doen – bijvoorbeeld het starten van vooroverleg over een concreet bouwplan – om nog onbenutte bouw- en gebruiksmogelijkheden te realiseren. Doet men dat niet, dan heeft men wegens passieve risicoaanvaarding achteraf geen recht op een planschadevergoeding.

Reacties

Nog geen reacties

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt
Start chatgesprek

Medewerkers zijn nu beschikbaar

Onze medewerkers zijn nu online om uw zakelijke vragen te beantwoorden. Vul de naam van uw organisatie in en klik op "Start chat" om een chatgesprek te starten.

Sorry, de chat is momenteel niet beschikbaar