Private kwaliteitsborging: Van uitstel komt afstel?

Leestijd 3 minuten

De Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen. De meesten zullen hem wel kennen. Dit was de wet, waarmee een totaal ander systeem van kwaliteitsborging bij het bouwen zou worden ingevoerd in Nederland.

Kort gezegd zou niet langer de overheid, maar de markt zélf gaan toezien op de kwaliteit van het bouwen. Bovendien zou het al decennialange uitgangspunt, dat een aannemer na oplevering is ontslagen van aansprakelijkheid (behoudens voor verborgen gebreken), komen te vervallen. Daarnaast zou nog het één en ander gewijzigd worden.

De tweede kamer had het voorstel voor deze Wet al aangenomen. Kort geleden nog ging men er van uit dat de Wet per 1 januari 2018 al zou intreden.

Maar nu niet meer. De Eerste Kamer, die op 4 juli jl. een debat hield over het wetsvoorstel, was uitermate kritisch. Tijdens dat debat bleek dat er brede bezwaren leefden binnen de Eerste Kamer tegen deze Wet. Enkele van die bezwaren:

  • Senator Lintmijer gaf aan dat het voorstel er volgens hem onterecht vanuit gaat dat de markt de oplossing is voor maatschappelijke problemen. Het leek er volgens hem op dat de expertise van de lokale overheid door dit wetsvoorstel zal wegebben. Wat overblijft, is een papieren toezichtfunctie van de gemeente. Volgens Lintmeijer is het (weliswaar) goed dat aannemers worden geprikkeld om verantwoordelijkheid te nemen en kwaliteit te leveren. Maar de toets op essentiële vraagstukken van veiligheid dient volgens Lintmeijer bij de overheid te blijven.
  • Senator Van Hattem stelde vragen over de positie van de private Kwaliteitsborger. Voorkomen dient te worden dat de slager haar eigen vlees keurt, aldus Van Hattem. Verder stelde de senator dat in de toekomst ook complexe bouwprojecten zoals flatgebouwen onder dit wetsvoorstel zullen vallen. Gezien de verwachte uitvoeringsproblemen is nog niet duidelijk wanneer dit is en hoe dit in de praktijk zal uitpakken. Van Hattem vroeg of het wel verantwoord is om dit nieuwe stelsel in te voeren.
  • Senator Köhler vroeg waarom het rechtvaardig is om de kwaliteitsaansprakelijkheid - met bijbehorende bewijslast - primair bij de aannemer te leggen. Bouwfouten zijn volgens de senator namelijk even vaak het gevolg van fouten in het ontwerp als fouten van de aannemer. Volgens Köhler viel ook te verwachten dat de verwachte besparingen op de bouwleges teniet worden gedaan door de complexiteit van het nieuwe systeem.
  • Senator De Vries-Leggedoor vroeg zich af of in het wetsvoorstel op onderdelen niet voorbij werd gegaan aan de werkelijkheid en de redelijkheid.

Essentiële bezwaren dus. Minister Plasterk (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) gaf aan dat hij nog nooit zo een actieve en aanhoudende lobby had meegemaakt als bij dit dossier. Hij heeft besloten, naar aanleiding van de “zorgen” die bij de Eerste Kamer leefden, zich te gaan beraden op het wetsvoorstel. Hij heeft de Eerste Kamer gevraagd voorlopig niet te stemmen over het Wetsvoorstel (ongetwijfeld uit vrees dat het Wetsvoorstel dan strandt).

Dat de wet nog per 1 januari 2018 wordt ingevoerd, lijkt dus een illusie. Maar de vraag is: komt van uitstel afstel? De tijd zal het leren.

Reacties

Nog geen reacties

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt
Start chatgesprek

Medewerkers zijn nu beschikbaar

Onze medewerkers zijn nu online om uw zakelijke vragen te beantwoorden. Vul de naam van uw organisatie in en klik op "Start chat" om een chatgesprek te starten.

Sorry, de chat is momenteel niet beschikbaar