Private partijen gebonden aan de aanbestedingsbeginselen?

Leestijd 3 minuten

Het komt voor dat private partijen een opdracht ‘aanbesteden’ terwijl zij daartoe niet verplicht zijn. Een interessante vraag  is dan of de algemene beginselen van het aanbestedingsrecht van toepassing zijn. Meestal staat een private aanbesteder niet stil bij de eventuele consequenties van het inkleden van een opdracht als ‘aanbesteding’.

Allereerst is het de vraag wanneer sprake is van een aanbesteding als het geen overheidsaanbesteding betreft. De beantwoording hiervan is afhankelijk van alle omstandigheden van het geval. Of  sprake is van een aanbesteding is onder meer afhankelijk van de gehanteerde aanbestedingsvoorwaarden, de hoedanigheid van partijen en de verwachtingen die partijen op basis daarvan redelijkerwijs mochten hebben. Daarbij wordt voorop gesteld dat de gebruikte termen slechts een indicatie vormen en daardoor niet zonder meer aangeven dat sprake is van een aanbesteding.[1]

Uit jurisprudentie blijkt dat de rechter niet snel tot de conclusie komt dat sprake is van een aanbesteding wanneer het om private partijen gaat. Het moet bijna zo zijn dat een geval één op één vergelijkbaar is met een overheidsaanbesteding, wil men kunnen zeggen dat daadwerkelijk sprake is van een aanbesteding.[2]

Is eenmaal vastgesteld dat sprake is van een aanbesteding, dan kunnen de algemene beginselen van het aanbestedingsrecht van toepassing zijn. In dat kader heeft de Hoge Raad in 2013 [3] benadrukt dat de contractsvrijheid van de private partijen het uitgangspunt blijft. Echter, indien de private aanbesteder bij de inschrijvers het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat de aanbestedingsbeginselen zullen worden gerespecteerd, dan zijn de aanbestedingsbeginselen wel van toepassing. Dat brengen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid met zich mee.

Buiten die gevallen staat de contractsvrijheid echter voorop en staat het private partijen dus vrij om de aanbestedingsbeginselen uit te sluiten. Ook als de rechter wel van oordeel is dat sprake is van een (private) aanbesteding.

Gelet op het voorgaande is een rechterlijk oordeel over de vraag of feitelijk sprake is van een aanbesteding in een concreet geval in feite onvoorspelbaar, aangezien dat afhankelijk is van alle omstandigheden. Bovendien is het de vraag of in een concreet geval het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de aanbestedingsbeginselen van toepassing zullen zijn.

Het is dus oppassen geblazen voor de private aanbesteder. Hij moet er rekening mee houden dat de algemene beginselen van het aanbestedingsrecht van toepassing kunnen zijn, als het uitsluiten daarvan niet toegestaan is of eenvoudigweg niet duidelijk is gebeurd. Mochten de aanbestedingsbeginselen wel van toepassing zijn, dan kan overtreding daarvan de gunning onderuit halen, met alle kosten en vertraging van dien.


 


[1] Zie ook een recente uitspraak van rechtbank Zeeland-West-Brabant van 14 april 2016, ECLI:NL:RBZWBL2016:2285.


[2] Zie uitspraak van rechtbank ’s-Gravenhage van 26 januari 2012, LJN:BV7044, waarin de rechter ondanks het feit dat de gevolgde procedure heel erg op een aanbesteding leek, toch tot de conclusie komt dat er geen sprake is van een aanbesteding.

[3] ECLI:NLHR:2013:BZ2900, het zogenaamde KLM-arrest.

Reacties

Nog geen reacties

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt
Start chatgesprek

Medewerkers zijn nu beschikbaar

Onze medewerkers zijn nu online om uw zakelijke vragen te beantwoorden. Vul de naam van uw organisatie in en klik op "Start chat" om een chatgesprek te starten.

Sorry, de chat is momenteel niet beschikbaar