Rood-voor-rood: voor wat hoort wat

Leestijd 3 minuten

Helemaal nieuw is het niet. Wel prettig dat de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2017:483) onlangs oordeelde dat een gemeente sloop van stallen of andere gebouwen mag bedingen, in ruil voor planologische medewerking aan bijvoorbeeld woningbouw, en daarbij aangaf welke voorwaarden wel en niet zijn toegestaan.

Wat was het geval? De gemeente Bladel sprak met “Bouwers met visie B.V.” (BMV) af, dat de gemeente een bestemmingsplan zou maken voor de bouw van 23 woningen. Daar was dan wel de voorwaarde aan verbonden dat BMV 23.000 m2 stalruimte zou slopen en de daarbij behorende mestrechten zou intrekken. U raadt het al. Het bestemmingsplan voor de 23 woningen komt er wel, de woningen worden gebouwd en bewoond, maar BMV sloopt niet, althans veel minder dan de afgesproken 23.000 m2. De gemeente stapt naar de rechter en vordert een verklaring voor recht, nakoming en schadevergoeding wegens het niet nakomen van de gemaakte afspraken. Zoals wel vaker bij overeenkomsten met gemeenten stelt de ontwikkelaar – nadat de gemeente heeft gedaan wat was afgesproken – dat de overeenkomst juridisch eigenlijk helemaal niet is toegestaan en daarom nietig is.

Rood-voor-rood of ruimte-voor-ruimte mag

Bij de Hoge Raad gaat het dus om de vraag of rood-voor-rood afspraken juridisch wel zijn toegestaan. Mag een gemeente dergelijke voorwaarden verbinden en mag dat ook als – zoals in dit geval – de uitvoering van die voorwaarden (de sloop van stallen) niet in de desbetreffende gemeente, maar daarbuiten plaatsvindt. De gemeente gaat toch alleen over haar eigen grondgebied?

De Hoge Raad is er snel klaar mee en heeft weinig sympathie voor BMV die eerst een overeenkomst sluit en zich daarna beroept op de nietigheid daarvan. Overeenkomsten waarbij over de uitoefening van publieke bevoegdheden (bijvoorbeeld het maken van een bestemmingsplan) afspraken worden gemaakt zijn toegestaan, aldus de Hoge Raad. Wel zullen de afgesproken voorwaarden het doel moeten dienen, waarvoor de desbetreffende bevoegdheid door de wet is gegeven. Bij overeenkomsten over planologische bevoegdheden, horen dus alleen planologische voorwaarden en niet bijvoorbeeld een voorwaarde die betrekking heeft op onderwijs of gezondheidszorg. Verder mogen volgens de Hoge Raad die planologische voorwaarden ook betrekking hebben op activiteiten buiten de gemeentegrens. Gemeenten moeten bij hun planologisch beleid immers ook rekening houden met het planologisch beleid van de provincie. In dit geval speelde daarbij een rol dat de rood–voor- rood regeling waarop de overeenkomst was gebaseerd, een provinciale regeling was.

Geen doorkruising van de regeling over kostenverhaal

Verder stelt BMV dat deze overeenkomst een onaanvaardbare doorkruising is van het stelsel van kostenverhaal uit de Wet ruimtelijke ordening (thans de regeling van exploitatieplannen in artikel 6.12 e.v. Wro). BMV meent dat de gemeente met zo’n rood-voor-rood overeenkomst de wettelijke regels over kostenverhaal – en dat zijn er tegenwoordig nogal wat – omzeilt.

Daarvan is volgens de Hoge Raad geen sprake. De voorwaarde tot afbraak van de stallen (en het intrekken van mestrechten) is niet gelijk te stellen met het verlangen van een financiële bijdrage. Het is heel iets anders dan het in de Wro geregelde kostenverhaal en daarom daarmee niet in strijd.

Het arrest is een belangrijke steun in de rug voor ontwikkelaars en gemeenten die willen (mee)werken aan nieuwe planologische ontwikkelingen en daarbij afspraken willen maken over een stukje ruimtelijke kwaliteitsverbetering elders.

Reacties

Nog geen reacties

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt
Start chatgesprek

Medewerkers zijn nu beschikbaar

Onze medewerkers zijn nu online om uw zakelijke vragen te beantwoorden. Vul de naam van uw organisatie in en klik op "Start chat" om een chatgesprek te starten.

Sorry, de chat is momenteel niet beschikbaar