Update: waarschuwingsplicht

Leestijd 3 minuten

Een aannemer heeft een waarschuwingsplicht bij meerwerk. Die waarschuwingsplicht staat (onder andere) in artikel 7:755 BW. Deze waarschuwingsplicht houdt de gemoederen al lang bezig.

In artikel 7:755 BW staat – kort gezegd – dat de aannemer, bij meerwerk, de opdrachtgever er tijdig op moet wijzen dat het meerwerk zal leiden tot een prijsverhoging, tenzij de opdrachtgever dat uit zichzelf moet begrijpen.

Zoals u wellicht weet heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden die waarschuwingsplicht in 2013 aangescherpt. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vond dat de aannemer de opdrachtgever niet alleen tijdig moet wijzen op het feit dat uit het meerwerk een prijsverhoging voortvloeit, maar dat hij daarbij bovendien een reëel inzicht moet verschaffen in de omvang van de concreet te verwachten meerkosten.

Aanscherping waarschuwingsplicht

In de zaak waar het Gerechtshof in 2012 over oordeelde, had de aannemer dat niet gedaan. De (professionele) opdrachtgever (die zelf ook aannemer was!) hoefde het meerwerk daarom niet te betalen, ook al mag worden aangenomen dat de opdrachtgever – als aannemer – natuurlijk best had kunnen weten dat uit het meerwerk een prijsverhoging zou voortvloeien. Aldus was duidelijk sprake van een aanscherping van de waarschuwingsplicht.

Deze aanscherping lijkt het Gerechtshof nu weer te hebben laten varen. Dit jaar oordeelde hetzelfde Gerechtshof (in een uitspraak van 16 februari 2016) namelijk over een zaak, waarbij de aannemer óók niet had gewezen op het feit dat meerwerk zou leiden tot een prijsverhoging, laat staan dat hij een reëel inzicht in de omvang van de te verwachten meerkosten had gegeven. Het Gerechtshof zag dat niet als een probleem en wees de meerwerkvordering toe, omdat het vond dat de opdrachtgever (in dit geval een consument, niet eens een professionele opdrachtgever!) die noodzaak uit zichzelf had moeten begrijpen.

Voor aannemers is dit natuurlijk een positieve uitspraak. Voor opdrachtgevers minder. Toch is het niet allemaal rozengeur en maneschijn voor aannemers. Het zelfde Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wees namelijk nóg een relevant arrest dit jaar (en wel op 26 april 2016) over de waarschuwingsplicht. Dat arrest is weer wat minder positief voor aannemers.

In de uitspraak van april 2016 was (ook) een meerwerk claim aan de orde. De aannemer had zijn waarschuwingsplicht geschonden en de opdrachtgever had de noodzaak van een prijsverhoging niet uit zichzelf moeten begrijpen. De aannemer stelde zich vervolgens op het - in beginsel logische - standpunt dat dat meerwerk toch betaald moest worden, omdat de opdrachtgever anders ongerechtvaardigd werd verrijkt.

Het Gerechtshof oordeelde dat in beginsel denkbaar is dat een deel van het meerwerk – ondanks schending van de waarschuwingsplicht - toch moet worden betaald uit hoofd van ongerechtvaardigde verrijking. Maar daar dient dan wel terughoudend mee te worden omgegaan, omdat anders de wettelijke eisen voor de verschuldigdheid van meerwerk worden uitgehold. Dat betekent dat sprake moet zijn van bijzondere feiten en omstandigheden. Die waren hier niet.

Gelijkspel

De conclusie: het staat 1-1 voor opdrachtgevers en aannemers. De waarschuwingsplicht voor de aannemer lijkt weer wat afgezwakt, maar als de aannemer die waarschuwingsplicht geschonden heeft, dan is hij wel de pineut: dan betaalt hij het meerwerk voor de opdrachtgever in beginsel gewoon uit eigen zak, want een beroep op ongerechtvaardigde verrijking komt hem niet zomaar toe.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16 februari 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:1181.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 26 april 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:3347.

 

 

Reacties

Nog geen reacties

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt
Start chatgesprek

Medewerkers zijn nu beschikbaar

Onze medewerkers zijn nu online om uw zakelijke vragen te beantwoorden. Vul de naam van uw organisatie in en klik op "Start chat" om een chatgesprek te starten.

Sorry, de chat is momenteel niet beschikbaar