Verjaring van geldschulden aan de overheid

Leestijd 2 minuten

Niet iedere aanmaning is een aanmaning en niet ieder uitstel is uitstel

De invordering door een overheid van een geldschuld blijft taaie materie. Veel rechterlijke uitspraken gaan over de verjaring van de invordering van dwangsommen. In de praktijk zijn veel overheden redelijk coulant en bereid bezwaar- of beroepprocedure af te wachten, voordat ze daadwerkelijk gaan incasseren. Dat is heel vriendelijk, maar probleem is wel dat deze invorderingsbevoegdheid na één jaar verjaart.

Invorderingsbesluiten schorten de verjaringstermijn niet op

In mijn blog van 12 mei 2015 wees ik op jurisprudentie waaruit blijkt dat het nemen van een invorderingsbeschikking (art. 5:37 Awb) de verjaringstermijn niet stuit. Zo’n invorderingsbeschikking is wel een juridisch noodzakelijke stap, maar dus geen rechtsgeldige stuitingshandeling. De verjaringstermijn kan alleen worden gestuit met een aanmaning of verlengd met het verlenen van uitstel.

Aanmaningen stuiten, mits …

Uit een Afdelingsuitspraak van 22 juli 2015 blijkt echter dat niet ieder briefje waarin het woord “aanmaning” voorkomt een rechtsgeldige stuitingshandeling is. Een rechtsgeldige aanmaning moet namelijk voldoen aan de vormvereisten van artikel 4:112 Awb. En in dat artikel (lid 3) staat dat de aanmaning moet vermelden dat bij niet-tijdige betaling invorderingsmaatregelen genomen kunnen worden op kosten van de schuldenaar. In de “aanmaning” in deze uitspraak had de gemeente wel aangemaand, maar niet gewaarschuwd voor deze invorderingsmaatregelen op kosten van de schuldenaar. Daarom was de “aanmaning” volgens de Raad van State geen aanmaning in de zin van art. 4:112 Awb en dus rechtsgeldige stuitingshandeling. Dat betekende vervolgens dat de bevoegdheid tot invordering van de dwangsommen (€ 40.000, -) was verjaard.

Uitstel van betaling verlengt de verjaringstermijn, mits …

Als de incasserende overheid eerst de procedure wil afwachten en dus voorlopig nog niet wil aanmanen, dan kan dat ook. De overheid moet dan uitstel van betaling verlenen (artikel 4:94 lid1 Awb). Daardoor wordt de verjaringstermijn verlengd (art. 4:111 Awb). Zo’n besluit om uitstel van betaling te verlenen, moet ook weer aan allerlei eisen voldoen (zie artikel 4:94 Awb). Zo niet, dan leidt dat niet tot verlenging van de verjaringstermijn, zo blijkt uit een uitspraak van 5 augustus 2015 met als gevolg dat de verbeurde dwangsommen (€ 50.000, -) waren verjaard en niet meer konden worden ingevorderd.

Praktisch

Ik vraag mij af hoeveel gemeentelijke, provinciale en andere “overheidsaanmaningen” en uitstelbriefjes geheel voldoen aan alle vereisten van de Awb. De Afdelingsuitspraken van 22 juli en 5 augustus 2015 zijn een hele goede aanleiding om daar nog eens kritisch naar te kijken.

Reacties

Nog geen reacties

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt
Start chatgesprek

Medewerkers zijn nu beschikbaar

Onze medewerkers zijn nu online om uw zakelijke vragen te beantwoorden. Vul de naam van uw organisatie in en klik op "Start chat" om een chatgesprek te starten.

Sorry, de chat is momenteel niet beschikbaar