Vogelgriep en vergunningverlening

Leestijd 2 minuten

De recente uitbraak van vogelgriep is natuurlijk een drama voor de pluimveesector. Juist deze variant (hoog pathogeen) vestigt ook de aandacht op de risico’s van (intensieve) veehouderijen voor de volksgezondheid. Dat bezwaar wordt vaker aangevoerd tegen bestemmingsplannen of vergunningen voor nieuwvestiging of uitbreiding van veehouderijen. Het gaat dan niet alleen over vogelgriep, maar ook over andere dierziekten, zoals Q-koorts. Omwonenden zijn er meestal niet gerust op.

Zorgen over volksgezondheidsrisico’s

Die onrust komt niet helemaal uit de lucht vallen. Over daadwerkelijke gezondheidsrisico’s is nog weinig bekend. Maar in een advies van de Gezondheidsraad uit 2012 dringt de Gezondheidsraad aan op nader onderzoek naar veilige minimum afstanden. Ook in de Tweede Kamer wordt nadrukkelijk aandacht gevraagd voor de volksgezondheidsrisico’s bij intensieve veehouderijen. (TK 28973, nr. 134) (TK 28973, nr. 137).

Volksgezondheid wel meewegen bij vergunningverlening

Toch doet de Raad van State in procedures over veehouderijen maar heel weinig met volksgezondheidsbezwaren van omwonenden. Zowel in bestemmingsplanprocedures (ECLI:NL:RVS:2012:BX1827) (ECLI:NL:RVS:2014:3335) als in procedures over (milieu)vergunningen (ECLI:NL:RVS:2014:3726) oordeelt de Raad van State dat volksgezondheidsrisico’s door het bevoegd gezag meegewogen moeten worden. Maar dat leidt er in de praktijk niet toe dat vergunningen geweigerd moeten worden of dat bijvoorbeeld uit voorzorg een minimale afstand tot woningen moet worden aangehouden.

Dat komt, aldus de Raad van State, omdat er nog geen wetenschappelijke duidelijkheid is over de gevolgen van dierziekten voor omwonenden en dus ook nog geen beoordelingskader, aan de hand waarvan bijvoorbeeld een veilige minimumafstand kan worden vastgesteld. De bewijslast van volksgezondheidsrisico’s ligt volgens de Raad van State op de omwonenden. Zij moeten aan de hand van algemene wetenschappelijke inzichten aantonen dat de concrete veehouderij, waarover zij procederen, risico’s voor de volksgezondheid met zich brengt. Dat is een onmogelijke bewijsopdracht. Want als de Gezondheidsraad daarover geen ondubbelzinnige helderheid kan verschaffen, dan kunnen omwonenden dat ook niet.

Het bevoegd gezag krijgt bij vergunningverlening juridisch dus (nog) het voordeel van de twijfel. Zonder wetenschappelijk bewijs – dat er nu juist (nog) niet is – staan omwonenden met lege handen. ‘Better safe than sorry’ geldt wel voor de ingrijpende maatregelen die worden getroffen na een uitbraak van bijvoorbeeld vogelgriep, maar niet bij vergunningverlening.

Reacties

Nog geen reacties

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt
Start chatgesprek

Medewerkers zijn nu beschikbaar

Onze medewerkers zijn nu online om uw zakelijke vragen te beantwoorden. Vul de naam van uw organisatie in en klik op "Start chat" om een chatgesprek te starten.

Sorry, de chat is momenteel niet beschikbaar