Voortvarend handelen: ook de FIOD is er toe verplicht

Leestijd 2 minuten

De Belastingdienst krijgt steeds meer grip op het door Nederlanders heimelijk in het buitenland aangehouden vermogen. De verloren belastinginkomsten kunnen over een periode van twaalf jaar worden nagevorderd, maar alleen als er na het verkrijgen van aanwijzingen over het buitenlandse vermogen voortvarend wordt gehandeld bij het verzamelen van informatie en het vaststellen van de belastingaanslagen. Zo niet, dan mag de Belastingdienst alleen gebruik maken van de normale navorderingstermijn van vijf jaar. 

Wie moet voortvarend handelen?

De rechters in Nederland hebben het druk met discussies over de verlengde navorderingstermijn. Een van de vragen die in procedures aan de orde komt is wie voortvarend moet handelen. In sommige gevallen is het namelijk niet alleen de Belastingdienst, maar ook de FIOD die onderzoek doet naar een belastingplichtige. Moeten zij allebei voortvarend handelen? Of gaat het – zoals de Belastingdienst betoogt – alleen om het handelen van de inspecteur zelf, en is hij niet verantwoordelijk voor het handelen van de FIOD? De uitspraken van Rechtbanken en Gerechtshoven over dit onderwerp zijn talrijk en soms strijdig met elkaar. Aan de Hoge Raad dus de schone taak om de knoop door te hakken. 

FIOD is onderdeel van de belastingautoriteit

Als voorproefje op het oordeel van de Hoge Raad heeft advocaat-generaal Niessen recent een conclusie geschreven in een zaak waarin PlasBossinade als gemachtigde optreedt. Hij onderkent dat het de belastingautoriteit is die voortvarend moet handelen. Omdat de FIOD volgens de wet onderdeel uitmaakt van de organisatie van de Belastingdienst, is de advocaat-generaal van oordeel dat onder belastingautoriteiten ook de FIOD moet worden verstaan. Oftwel, ook de FIOD moet voortvarend handelen. Doet de FIOD dat niet, dan mag de Belastingdienst alleen gebruik maken van de navorderingstermijn van vijf jaar.  

Rechtsbescherming

Bovendien is het volgens de advocaat-generaal uit een oogpunt van rechtsbescherming niet te verklaren waarom een onderzoek naar iemand korter of langer zou mogen duren naar gelang de overheid het onderzoek door de ene dan wel de andere dienst laat uitvoeren. 

Redelijke conclusie

Dit oordeel van de advocaat-generaal vind ik logisch in het licht van het Europese recht; het zou onredelijk zijn als de inspecteur niet verantwoordelijk zou zijn voor de gevolgen van de vertraging bij de FIOD als zijn “brother in arms”, terwijl hij wel gebruik maakt van de informatie die de FIOD verzamelt. De inspecteur en de FIOD behoren tot dezelfde organisatie en zijn samen verantwoordelijk voor een passende doorlooptijd van hun zaken.

Reacties

Nog geen reacties

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt
Start chatgesprek

Medewerkers zijn nu beschikbaar

Onze medewerkers zijn nu online om uw zakelijke vragen te beantwoorden. Vul de naam van uw organisatie in en klik op "Start chat" om een chatgesprek te starten.

Sorry, de chat is momenteel niet beschikbaar