Wet markt en overheid: wat als de overheid ondernemer wordt?

Leestijd 3 minuten

De Wet markt en overheid wil concurrentievervalsing door overheden voorkomen. Als een overheid producten of diensten aanbiedt, dan moeten daarvoor alle kosten worden doorberekend. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om gemeentelijke jachthavens. Maar ook het aanbieden van een kopje koffie in een publieke ruimte wordt door sommigen aangemerkt als dienstverlening door de overheid. Kort geleden trad de Autoriteit Consument en Markt (ACM), die toezicht houdt op de uitvoering van de Wet markt en overheid, op tegen de Gemeente Oldambt. De Gemeente Oldambt zou onder de kostprijs camperplaatsen ter beschikking stellen. De plaatselijke camping vond dat niet leuk en diende daarover een klacht in bij de ACM.

Geen bevoordeling van overheidsbedrijven

De Wet markt en overheid schrijft niet alleen voor dat overheden die diensten aanbieden, daarbij alle kosten moeten doorberekenen, ook verbiedt de wet  om “overheidsbedrijven” te bevoordelen (art. 25j Mededingingswet). Een “overheidsbedrijf” is zelf geen overheid, maar een onderneming waarvan een overheid in staat is het beleid te bepalen of waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon aandelen heeft.

Maar wat is eigenlijk een overheidsbedrijf?

In een uitspraak van 19 augustus 2015 oordeelde de Rechtbank Den Haag over de vraag of enkele zwembaden in de Gemeente Zuidplas “overheidsbedrijven” waren. Volgens het concurrerende,  particuliere zwembad De Koornmolen werden die publieke zwembaden door de gemeente namelijk bevoordeeld met forse exploitatiebijdragen.

Vraag was dus of de “publieke” zwembaden overheidsbedrijven zijn. Artikel 25g Mw noemt vier situaties waarin sprake is van beleidsbepalende invloed door de overheid op een onderneming. Dat is het geval als een bestuursorgaan (a) beschikt over de meerderheid van stemrechten, (b) bevoegd is om de meerderheid van het management te benoemen, (c) de moedermaatschappij is of (d) in andere gevallen voor zover een algemene maatregel van bestuur bepaalt. In de Haagse zaak deed zich geen van deze vier situaties voor. De Koornmolen stelde echter dat deze opsomming niet limitatief was; hoewel geen van deze situaties zich voordeed, zou de gemeente toch een beleidsbepalende invloed hebben. De gemeente diende bijvoorbeeld goedkeuring te verlenen bij het aangaan van bepaalde overeenkomsten, bij statutenwijziging en bij ontbinding.

De rechtbank ging daar niet in mee. De rechtbank oordeelde dat de wetgever heeft beoogd met de vier situaties in artikel 25g Mw een uitputtende opsomming te geven van de gevallen van beleidsbepalende invloed. Buiten deze gevallen is dus geen sprake van een overheidsbedrijf en geldt het bevoordelingsverbod uit artikel 25j Mw niet.

Maar let ook op staatssteunregels

Betekent dat dan dat een gemeente zo’n onderneming (geen overheidsbedrijf) zomaar mag bevoordelen? Nee, niet zonder meer. De vraag of bevoordeling bij zo’n niet-overheidsbedrijf is toegestaan moet echter worden beantwoord aan de hand van de gewone staatssteunregels en dus niet op basis van de Wet markt en overheid.

Heeft u als overheid vragen over bijdragen aan (overheids)bedrijven of vindt u als ondernemer dat een overheid de concurrente vervalst, neem dan contact met mij of een van mijn collega’s op.

Reacties

Nog geen reacties

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt
Start chatgesprek

Medewerkers zijn nu beschikbaar

Onze medewerkers zijn nu online om uw zakelijke vragen te beantwoorden. Vul de naam van uw organisatie in en klik op "Start chat" om een chatgesprek te starten.

Sorry, de chat is momenteel niet beschikbaar