Wijziging van opslagpercentage bij leningen niet vanzelfsprekend

Leestijd 4 minuten

Bij het aangaan van een kredietovereenkomst met een bank kunnen partijen een vast rentepercentage of een variabele rente afspreken. Het is van belang om de bepalingen hierover duidelijk op te nemen in de overeenkomsten/of de leningsvoorwaarden.

Wanneer er onduidelijkheid is over de inhoud van de overeenkomst, past de rechter bij haar beslissing over het algemeen de Haviltex-norm toe. Dat houdt in dat men moet kijken wat partijen over en weer hebben verklaard, wat zij uit elkaars verklaringen en gedragingen redelijkerwijs hebben afgeleid en wat zij wat dat betreft redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

Uitspraak Rechtbank Amsterdam

Op 20 april 2016 heeft de Rechtbank Amsterdam een interessant vonnis over dit onderwerp gewezen. In die zaak draaide het om de vraag of de ING Bank bevoegd was om eenzijdig het opslagpercentage van een EURIBOR-lening te verhogen. In de offerte en de kredietovereenkomst was bepaald dat de rente een 3-maands EURIBOR-rente zou zijn, met een opslagpercentage van 1,70 % per jaar. Ten aanzien van de rente was voorts bepaald dat de bank om de drie maanden het rentepercentage zal herzien en vaststellen op het op de vervaldag geldende 3-maands EURIBOR. Een bepaling over een herziening van het opslagpercentage als zodanig was niet opgenomen in de documentatie.

In deze zaak was de ING bank van oordeel dat het overeengekomen opslagpercentage van 1,70% eenzijdig door haar gewijzigd kon worden. De rechter denkt daar toch anders over.

Haviltex-norm

De rechter stelt voorop dat wat overeengekomen is moet worden beoordeeld aan de hand van wat is opgeschreven in de offerte, de kredietovereenkomst en de algemene voorwaarden, waarvan de inhoud moet worden uitgelegd aan de hand van wat partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen redelijkerwijs hebben afgeleid en wat zij wat dat betreft redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (Haviltex-norm).

De rechtbank is van oordeel dat in de voornoemde kredietdocumentatie niet valt te lezen dat de ING Bank bevoegd zou zijn om het opslagpercentage te wijzigen. Nergens staat de wijzigingsbevoegdheid als zodanig zelf opgenomen. In de algemene voorwaarden is namelijk enkel bepaald op welke wijze de ING bank gebruik moet maken van haar recht om het (gewone) rentepercentage en/of de voorwaarden van de overeenkomst te wijzigen en wat daarvan de gevolgen zijn.

Daarbij komt dat de bevoegdheid om de gewone rente te wijzigen wél expliciet is bedongen in de overeenkomst, namelijk na iedere periode van 3 maanden zal het rentepercentage worden herzien en worden vastgesteld op het op de vervaldag geldende 3-maands EURIBOR. Echter, de bevoegdheid om het opslagpercentage te verhogen is juist niet bedongen in de overeenkomst.

De rechtbank is ook van oordeel dat de ING Bank er niet gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat de wederpartij begreep dat de bank een bevoegdheid tot eenzijdige wijziging van het opslagpercentage beoogde overeen te komen. De ING bank had aangevoerd dat dat wel het geval was gezien de structuur van een EURIBOR-lening, het feit dat de wederpartij werd bijgestaan door een adviseur bij het aangaan van de kredietovereenkomst en eerder een lening heeft gehad met een EURIBOR-rente.

Verder overwoog de rechtbank dat het enkele feit dat de rente niet meer kostendekkend zou zijn in verband met hogere risico- en kapitaalkosten de ING Bank ook niet helpt. Die situatie op zichzelf geeft de ING bank nog niet het recht het opslagpercentage eenzijdig te verhogen. Daarnaast is het geen feit van algemene bekendheid dat banken geen invloed kunnen uitoefenen op het EURIBOR-tarief.

Het “principieel belang”

De ING Bank had verzocht om de zaak naar de meervoudige kamer te verwijzen vanwege het “principieel belang”. Dit verzoek is door de rechtbank afgewezen, mede omdat kort daarvoor, namelijk op 9 maart 2016, in een soortgelijke zaak ook vonnis was gewezen.[1]

Het is duidelijk dat de Rechtbank Amsterdam kritisch is op renteherzieningsclausules en de implicaties daarvan. Of deze kritische lijn van de Rechtbank Amsterdam stand houdt in een eventueel hoger beroep of cassatie moet natuurlijk nog blijken.

Heeft u ook een lening afgesloten met een bank en heeft u ook te maken met een eenzijdige verhoging van het opslagpercentage, dan kan het geen kwaad om uw overeenkomst met de bijbehorende voorwaarden te laten controleren door de advocaten van PlasBossinade.

 


[1] ECLI:NL:RBAMS:2016:830

Reacties

Nog geen reacties

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt
Start chatgesprek

Medewerkers zijn nu beschikbaar

Onze medewerkers zijn nu online om uw zakelijke vragen te beantwoorden. Vul de naam van uw organisatie in en klik op "Start chat" om een chatgesprek te starten.

Sorry, de chat is momenteel niet beschikbaar