Afspraak over verval van vakantiedagen

22 januari 2015

In de praktijk zie ik vaak bepalingen in de personeelshandboeken of zelfs arbeidsovereenkomsten waarin opgenomen wordt dat de vakantiedagen opgebouwd in een jaar verplicht in datzelfde jaar moeten worden opgenomen, omdat ze anders komen te vervallen. Bepalingen waarin staat dat dergelijke dagen niet mogen worden meegenomen naar het volgend jaar komen ook veel voor. De wens van de werkgever om een zo'n bepaling op te nemen is begrijpelijk omdat de meeste werkgevers willen voorkomen dat een stuwmeer aan vakantiedagen ontstaat.

In 2010 heeft het gerechtshof Amsterdam al geoordeeld dat dergelijke afspraken nietig zijn omdat zij in strijd zijn met het artikel 7: 642 BW. Deze zaak was interessant, omdat ook aangestipt werd in hoeverre de werknemer inspanningsverplichting heeft om werkelijk met vakantie te gaan. Het hof Amsterdam onderkende dat een inspanningsverplichting op de werknemer rust om jaarlijks met vakantie te gaan, maar dat tegelijkertijd de werkgever plicht heeft om toe te zien dat de werknemer ook daadwerkelijk met vakantie  gaat. In elk geval was een bepaling waarbij vakantiedagen in hetzelfde jaar moeten worden opgenomen en niet overdraagbaar zijn naar het volgend jaar juridisch nietig.

Recent werd een arrest van het hof Den Bosch gepubliceerd (hoewel bij het lezen van het arrest blijkt dat hij uit 2013 stamt), waarin zij zich moest uitlaten over de vraag of een dergelijke cao-bepaling, geoorloofd was. Nu is het zo dat van sommige wettelijke bepalingen (zogenaamd driekwart dwingendrechtelijke) met behulp van een cao kan worden afgeweken. Het artikel in kwestie (7: 642 BW) over de verjaring van  bovenwettelijke vakantiedagen valt niet onder de categorie driekwart dwingend recht. De werkgever meende echter, dat nu deze bepaling in de cao opgenomen was, dat  het een geldige bepaling moest zijn omdat het met de vakbonden was overeengekomen. Het hof oordeelt, in lijn met het hof Amsterdam, dat van de wettelijke bepaling over de verjaring van vakantiedagen niet ten nadele van de werknemer kan worden afgeweken. Ook niet indien moet worden aangenomen dat de cao voor een dergelijke interne regeling ruimte laat. Een dergelijk beding is simpelweg niet rechtsgeldig. Opvallend is dat ook het hof Den Bosch benadrukt dat een werkgever in verband met de functie en gelet op de eis van goed werkgeverschap kan trachten de werknemer te bewegen zijn aanspraak op vakantie te realiseren. Hoewel dit niet echt concreet is, kan hieruit worden afgeleid dat onder bepaalde (uitzonderlijke) situaties, de werkgever wel de nodige druk kan uitoefenen op de werknemer om de vakantie op te nemen.

Overigens speelt dit in de praktijk  steeds minder sinds de invoering van artikel 7:640a BW waarin staat dat de wettelijke vakantiedagen (zogenaamde minimum vakantiedagen) al na een half jaar verjaren.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr. Damir Lacevic.

Meer nieuws

Start chatgesprek

Medewerkers zijn nu beschikbaar

Onze medewerkers zijn nu online om uw zakelijke vragen te beantwoorden. Vul de naam van uw organisatie in en klik op "Start chat" om een chatgesprek te starten.

Sorry, de chat is momenteel niet beschikbaar