Borgtocht voor verplichtingen van buitenlandse vennootschap

27 november 2014

Toestemming echtgenoot vereist

Naar Nederlands recht heeft een echtgenoot de toestemming van de andere echtgenoot nodig bij het aangaan van overeenkomsten waarbij hij zich borg stelt voor verplichtingen van een derde partij (artikel 1:88 BW). De gedachte daarachter is dat het vermogen van de echtelieden in gevaar kan komen als een echtgenoot zich voor schulden van een ander sterk maakt. Dat kan dus alleen met toestemming van de andere echtgenoot.

Uitzondering

De wet (artikel 1:88 lid 5 BW) bevat een uitzondering voor het aangaan van een borgtocht, indien dat geschiedt door een natuurlijke persoon die bestuurder is van een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, mits die persoon daarvan alleen of met zijn medebestuurders de meerderheid van de aandelen houdt. Daarnaast is er ook nog de voorwaarde dat het aangaan van de verplichting door de vennootschap geschiedt ten behoeve van de normale uitoefening van het bedrijf van die vennootschap. De uitzondering is gerechtvaardigd vanwege het feit dat een dergelijke bestuurder zeggenschap heeft over wat er omgaat in de vennootschap en dus niet kan worden beschouwd als een willekeurige derde die zich borg stelt voor de schulden van een ander. Het is in feite zijn “eigen” bedrijf, min of meer vergelijkbaar met een eenmanszaak. Als de ondernemer in een eenmanszaak verplichtingen aangaat, heeft hij daarvoor ook niet de toestemming van de andere echtgenoot nodig.

Geldt uitzondering ook voor buitenlandse vennootschap?

De Rechtbank Midden-Nederland oordeelde onlangs in een zaak (11 juni 2014, HA ZA 12-824, ECLI:NL:RBMNE:2014:2221) met een Chinese vennootschap.

Een in Nederland wonende bestuurder van een Chinese vennootschap was een borgtocht aangegaan ten behoeve van schulden van die vennootschap. Zijn in Nederland wonende echtgenoot had echter geen toestemming gegeven en vernietigde de borgtocht. Maar de begunstigde onder de borgtocht, de schuldeiser van de Chinese vennootschap, betwistte de vernietiging. Met succes, zo luidt het vonnis van de rechtbank.

De rechtbank constateert dat de Chinese vennootschap niet relevant onderscheidend is ten opzichte van een Nederlandse vennootschap. Dat de Chinese vennootschap een raad van bestuur heeft die zowel uitvoerende als niet-uitvoerende bestuurders kent – en dat de echtgenoot een niet-uitvoerende bestuurder was - doet evenmin ter zake. De rechtbank overweegt op dit punt dat Nederland sinds oktober 2012 de wet heeft aangepast en voor de NV en de BV ook een raad van bestuur mogelijk maakt met uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders. Bij het invoeren van die wet heeft de wetgever het kennelijk niet nodig gevonden om dit onderscheid te wegen bij de toepassing van artikel 1:88 lid 5 BW.

Voor vragen of meer informatie hierover kunt u contact opnemen met mr Stefan Mak. 

Meer nieuws

Start chatgesprek

Medewerkers zijn nu beschikbaar

Onze medewerkers zijn nu online om uw zakelijke vragen te beantwoorden. Vul de naam van uw organisatie in en klik op "Start chat" om een chatgesprek te starten.

Sorry, de chat is momenteel niet beschikbaar