De overheid als ondernemer: Wet Markt en Overheid

26 juni 2014

Soms zijn overheden ook ondernemer; ze verhuren vastgoed, detacheren personeel, leveren ICT diensten aan derden, geven cursussen aan derden, doen aan reïntegratieactiviteiten, maken pasfoto’s, verhuren containers, bestrijden ongedierte, exploiteren een jachthaven, etcetera. Vaak wordt dat door de ‘markt’ ervaren als oneerlijke concurrentie.

Om die oneerlijke concurrentie te voorkomen trad op 1 juli 2012 de ‘Wet markt en overheid in werking’. In die Wet is geregeld onder welke voorwaarden overheden ‘economische activiteiten’ mogen aanbieden. Elke overheidsactiviteit die ook door bedrijven wordt verricht – en waarvoor dus een markt is – valt onder de Wet.

Overgangstermijn eindigt op 1 juli ; ACM gaat handhaven

De Wet kent een overgangstermijn tot 1 juli 2014. Tot die datum is de Wet niet van toepassing op (in 2012 al) bestaande economische activiteiten. Maar vanaf 1 juli 2014 dus wel!

De Autoriteit Consument en Markt (ACM) – die toezicht houdt op de naleving van de Wet – heeft aangekondigd vanaf 1 juli 2014 strikt te gaan handhaven. Daar zal de ACM de handen vol aan krijgen want uit steekproefsgewijs onderzoek blijkt dat veel gemeenten zich niet hebben voorbereid op de Wet en zich niet aan de gedragsregels uit die wet houden.

Integrale kosten doorberekenen, tenzij algemeen-belang-besluit

Een van de belangrijkste regels uit de Wet is dat overheden minimaal de kosten van door hen aangeboden economische activiteiten aan de gebruiker doorberekenen. Daarop geldt een belangrijke uitzondering. Namelijk voor activiteiten die worden uitgevoerd in het algemeen belang (bijvoorbeeld verhuur van vastgoed voor sport en cultuur). Daarvoor is wel een expliciet overheidsbesluit nodig, waarin die algemeen-belang-activiteiten worden aangewezen. Binnen gemeenten is de gemeenteraad bevoegd om zo’n besluit te nemen.

Veel gemeenten nemen dit soort besluiten. Daarin staat dan bijvoorbeeld dat de gemeentelijke fietsenstalling, parkeergarage of schouwburg een activiteit van algemeen belang is, zodat zij niet alle kosten daarvan hoeven door te rekenen aan gebruikers. Dat leidt dan dus tot lagere tarieven dan waarvoor commerciële aanbieders die diensten aanbieden.

Concurrenten die daardoor geraakt worden, kunnen tegen zo’n algemeen-belang-besluit bezwaar maken.

Transparante administratie van economische activiteiten

Verder verplicht de Wet om een zodanige administratie te voeren dat de overheid – op verzoek van de ACM – kan aantonen dat de integrale kosten van economische activiteiten worden doorberekend. Bewijslast rust dus op de overheid.

Als de overheid zich niet aan de Wet houdt

Ondernemers die menen dat een overheid oneerlijk concurreert, kunnen de ACM verzoeken om een onderzoek in te stellen en de Wet te handhaven. Als inderdaad blijkt dat een overheid zich niet houdt aan de gedragsregels uit de Wet, dan kan de ACM een last onder dwangsom opleggen. Gedupeerde ondernemers kunnen bij de overheid een schadeclaim indienen, als zij door de oneerlijke concurrentie door een overheid schade hebben geleden.

Actie

Voor overheden wordt het dus zo langzamerhand tijd om zich ‘Wet markt en overheid‘-proof te maken. Dat betekent dat zij in ieder geval en zo spoedig mogelijk:

  • moeten inventariseren welke economische activiteiten zij aanbieden;

  • algemeen-belang-besluiten moeten nemen voor die activiteiten waarbij zij de kosten niet integraal willen doorberekenen;

  • hun administratie voor andere economische activiteiten zodanig moeten inrichten dat zij desgevraagd aan de ACM kunnen aantonen dat zij de kosten daarvan integraal doorberekenen.

De Wet Markt en Overheid kent uiteraard nog meer verplichtingen voor overheden. Voor meer informatie kunt u terecht bij mr. Robert van der Velde of mr. Peter Hoekstra.

Meer nieuws

Start chatgesprek

Medewerkers zijn nu beschikbaar

Onze medewerkers zijn nu online om uw zakelijke vragen te beantwoorden. Vul de naam van uw organisatie in en klik op "Start chat" om een chatgesprek te starten.

Sorry, de chat is momenteel niet beschikbaar