Nieuwe Wet bestuur en toezicht rechtspersonen

18 juli 2016

Op 8 juni 2016 is door de Minister van Veiligheid en Justitie bij de Tweede Kamer het Wetsvoorstel bestuur en toezicht rechtspersonen ingediend. Daarmee neemt de Minister het wettelijk kader voor bestuur en toezicht op de schop voor de vereniging, de coöperatie, de onderlinge waarborgmaatschappij en de stichting. Vooral voor de stichting en de vereniging verandert het nodige. De bedoeling van het wetsvoorstel is onder meer dat de regels voor stichtingen en verenigingen meer gelijk worden aan de regels voor naamloze en besloten vennootschappen.

Voor NV’s en BV’s bestaan in de wet heldere regels voor bestuur en toezicht. Dat is echter op dit moment niet het geval bij andere rechtspersonen en dat leidt in de praktijk tot onzekerheid en verwarring. Het wetsvoorstel beoogt daar verandering in te brengen en op diverse onderdelen duidelijkheid te scheppen. Wat houdt het voorstel in?

Raad van commissarissen bij alle rechtspersonen

Op dit moment voorziet de wet in het instellen van een raad van commissarissen enkel bij de NV, de BV, de coöperatie en de onderlinge waarborgmaatschappij. Dat neemt niet weg dat ook bij stichtingen en verenigingen toezichthoudende organen zijn ingesteld, zij het zonder wettelijke basis. Vaak zijn die organen aangeduid als raad van toezicht. Het wetsvoorstel voorziet erin dat ook bij de stichting en de vereniging een toezichthoudend orgaan straks een wettelijke basis krijgt. Als het voorstel wet wordt betekent dit dat een bestaande raad van toezicht formeel een raad van commissarissen wordt.

One tier/two tier board

Nieuw is ook dat het wetsvoorstel alle rechtspersonen de mogelijkheid biedt om te kiezen voor een monistisch of een – klassiek – dualistisch bestuursmodel. Nu bestaat die mogelijkheid alleen voor de NV en de BV. Kenmerkend van een monistisch bestuursmodel, ook wel ‘one tier board’ genoemd, is de afwezigheid van een afzonderlijk toezichthoudend orgaan. In een dergelijk geval bestaat het bestuur deels uit uitvoerende bestuurders, ook wel ‘executive board members’ genoemd, en deels uit niet-uitvoerende bestuurders, ook wel ‘non-executive board members’ genoemd. Deze laatste houden toezicht op de uitvoerende bestuurders, met dien verstande dat zij zelf ook bestuurder zijn. Daarmee bestaat een wezenlijk verschil tussen een niet-uitvoerende bestuurder en een commissaris, vooral voor wat betreft (bestuurders)aansprakelijkheid.

Tegenstrijdig belang

De regels over hoe om te gaan met tegenstrijdige belangen worden eveneens gelijk getrokken. Op 1 januari 2013 zijn voor de NV en de BV al nieuwe regels gaan gelden voor tegenstrijdig belang. Vóór die invoering was het zo dat een bestuurder of commissaris met een tegenstrijdig belang de NV of BV niet mocht vertegenwoordigen bij de rechtshandeling waarbij hij een tegenstrijdig belang had, zij het dat die vertegenwoordigingsonbevoegdheid in de statuten kon worden ‘weggeschreven’. Als dat echter niet het geval was en een bestuurder vertegenwoordigde toch dan was die rechtshandeling nietig en was de vennootschap daaraan niet gebonden. Met andere woorden: de oude regeling werkte extern. Voor een onwetende wederpartij had dit dus grote impact. Per 1 januari 2013 is die regeling vervangen door een intern werkende regeling die inhoudt dat een bestuurder met een tegenstrijdig belang niet betrokken mag zijn bij de besluitvorming of beraadslaging over de rechtshandeling waarbij hij een tegenstrijdig belang heeft. Als er op dat punt intern toch iets misgaat, kan dat niet meer door de vennootschap aan de wederpartij worden tegengeworpen. Met andere woorden: de rechtshandeling blijft dan in stand. Slechts in uitzonderlijke gevallen bestaat toch een escape. De regeling zoals deze vanaf 1 januari 2013 al geldt voor de NV en de BV wordt in het wetsvoorstel ook van toepassing verklaard op andere rechtspersonen.

Bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement

Als het voor bestuurders en toezichthouders duidelijker is wat er van hen verwacht wordt kunnen zij beter op hun prestaties worden afgerekend en wordt het eenvoudiger om slecht functionerende bestuurders en toezichthouders te vervangen. Dat is de gedachte achter het wetsvoorstel. In dat kader voorziet het voorstel ook in een basisregeling voor de aansprakelijkheid van bestuurders en toezichthouders die hun werk niet naar behoren doen, ook in geval van faillissement. Voor onbezoldigde bestuurders van stichtingen en niet-commerciële verenigen wordt een uitzondering gemaakt en gelden soepeler regels. Dit om te voorkomen dat vrijwilligers zich niet meer als bestuurslid van een sportclub of buurtvereniging willen inzetten.

Verruiming ontslagmogelijkheden

Tot slot bevat het voorstel een verruiming ten opzicht van de huidige regeling voor wat betreft het ontslag en de ontslaggronden voor bestuurders en toezichthouders van stichtingen en verenigingen.

Invoering

Het wetsvoorstel is pas onlangs ingediend bij de Tweede Kamer en zal pas nadat het daar is aangenomen, eventueel na de nodige wijzigingen, aan de Eerste Kamer kunnen worden voorgelegd die zich er vervolgens over mag buigen. Het zal daarom nog wel even duren voordat het voorstel daadwerkelijk wet wordt. Kortom: wordt vervolgd.

Meer nieuws

Start chatgesprek

Medewerkers zijn nu beschikbaar

Onze medewerkers zijn nu online om uw zakelijke vragen te beantwoorden. Vul de naam van uw organisatie in en klik op "Start chat" om een chatgesprek te starten.

Sorry, de chat is momenteel niet beschikbaar