Ontwikkelingen in het jaarrekeningenrecht

23 maart 2016

Op 1 november 2015 is de Uitvoeringswet richtlijn jaarrekening in werking getreden. Het doel van deze richtlijn is het moderniseren, vereenvoudigen en verder harmoniseren van het jaarrekeningenrecht en het verlichten van administratieve lasten. Vanuit notarieel oogpunt heeft deze wet een aantal consequenties, die ik hierna op hoofdlijnen zal belichten voor de B.V. en de N.V.

Jaarverslag is bestuursverslag

Ten gevolge van de wijzigingen is de term jaarverslag aangepast naar bestuursverslag.

Verhoging grensbedragen

De nieuwe regelgeving heeft ook tot gevolg dat de grensbedragen voor de categorieën ondernemingen aangepast zijn. Het is afhankelijk van de categorie waarin men valt of men als klein, middelgroot of groot zal worden aangemerkt. Het is afhankelijk van in welke categorie de onderneming valt, welke gegevens opgenomen moeten worden in de jaarrekening. Omdat de grensbedragen zijn verhoogd, zullen meer vennootschappen profiteren van een lichter jaarrekeningregime.

5+5 in plaats van 5+6

De belangrijkste wijziging die de nieuwe richtlijn met zich meebrengt is dat de uiterste termijn waar binnen een jaarrekening gedeponeerd moet worden is bekort van dertien maanden naar twaalf maanden. De jaarrekening van een B.V. of N.V. moet nog steeds binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar opgemaakt zijn. Op grond van bijzondere omstandigheden is het echter mogelijk om deze termijn te verlengen. Deze verleningstermijn was voor de B.V. en N.V. zes maanden en is nu aangepast naar vijf maanden (nu dus vijf plus vijf maanden).

Mocht de jaarrekening niet zijn vastgesteld binnen twee maanden na afloop van de uiterste termijn voor het opmaken, dan moet de niet-vastgestelde jaarrekening zonder uitstel gedeponeerd worden. De uiterste termijn voor deponering bedraagt daardoor twaalf maanden na afloop van het boekjaar. Voldoe je niet tijdig aan deze openbaarmakingsverplichting dan levert dat een economisch delict op, bovendien kan de bestuurder van een B.V. of N.V. persoonlijk aansprakelijk worden gesteld in het geval van een faillissement. Daarnaast kan het niet tijdig deponeren samen met andere feiten een aanleiding voor de Kamer van Koophandel zijn om de rechtspersoon te ontbinden.

Veelal is in de statuten van de vennootschap thans de verlengingstermijn van zes maanden benoemd. De nieuwe termijn zal echter gelden voor jaarrekeningen over de boekjaren begonnen op of na 1 januari 2016, ongeacht of in de statuten de "oude" termijn van vijf plus zes maanden is opgenomen.

Het is daardoor niet strikt noodzakelijk om in verband met de wijziging van de wet de statuten hierop aan te passen. Hoewel een wijziging de duidelijkheid wel zal bevorderen. Maar gelet op het feit dat sinds de invoering van het nieuwe B.V.-recht in oktober 2012 in de statuten van B.V.'s welke voor die datum zijn opgesteld in ieder geval al bepalingen staan die aanleiding tot onduidelijkheden kunnen geven, is het raadzaam om deze wijziging aan te grijpen om één en ander eens goed te laten beoordelen en waar nodig aan te laten passen. Wij zijn u hierbij natuurlijk graag behulpzaam. Overigens zijn aan het beoordelen van uw statuten op de noodzaak van eventuele wijzigingen bij ons kantoor geen kosten verbonden.

Voor meer informatie kunt u terecht bij mr. Caroline Messchendorp.

Meer nieuws

Start chatgesprek

Medewerkers zijn nu beschikbaar

Onze medewerkers zijn nu online om uw zakelijke vragen te beantwoorden. Vul de naam van uw organisatie in en klik op "Start chat" om een chatgesprek te starten.

Sorry, de chat is momenteel niet beschikbaar