Transitie sociaal domein en bestaande subsidierelaties

22 oktober 2014

De overgang van taken naar gemeenten op het gebied van (jeugd)zorg, welzijn en (arbeids)participatie levert veel vragen op. Gemeenten ontvangen minder geld en kiezen voor nieuwe organisatiestructuren. Subsidies aan bestaande organisaties komen daardoor onder druk te staan of moeten geheel worden beëindigd. Kan dat zomaar?

Subsidie wijzigen mag

Nee, “zo maar” kan dat niet. Maar de bestuursrechter maakt het beëindigen van langdurige subsidierelaties ook niet heel ingewikkeld. Het beëindigen van langdurige subsidierelaties (drie jaar of meer) vanwege nieuwe beleidskeuzes of minder financiële middelen is zonder meer toe gestaan. Maar dat kan niet van de een op de andere dag.

Redelijke termijn

De gemeente moet daarbij een “redelijke termijn” (artikel 4:51 Awb) in acht nemen. Wat een redelijke termijn is, staat niet in de wet. Uit de rechtspraak blijkt dat die redelijke termijn zodanig moet zijn, dat de gesubsidieerde instelling op fatsoenlijke wijze langlopende verplichtingen (denk bijvoorbeeld aan arbeidscontracten) kan beëindigen. De redelijke termijn hoeft niet zodanig te zijn dat de levensvatbaarheid van de gesubsidieerde instelling wordt gegarandeerd. Voorts geldt als hoofdregel dat de gemeente geen garantie hoeft te verstrekken voor wachtgeldverplichtingen die ontstaan als de subsidie wordt beëindigd (tenzij de subsidieverstrekker zich intensief heeft bemoeid met de aanstelling van personeel). Voor de beoordeling van de redelijke termijn is ook niet van belang hoe lang de subsidierelatie heeft geduurd, zo oordeelde de Raad van State ooit over de beëindiging van een 90-jarige (!) subsidierelatie.

Beëindiging subsidie jeugdzorg

Onlangs oordeelde de Raad van State over de beëindiging van een subsidie door een provincie, die voortvloeide uit decentralisatie van de jeugdzorg per 1 januari 2015. Deze uitspraak is van belang voor beëindiging van subsidies die een gevolg zijn van de transitie van het sociaal domein. Kort gezegd komt het erop neer dat de Raad van State de beëindiging van zo’n subsidie zonder meer toestaat, mits die beëindiging tijdig is bekend gemaakt. Een beëindigingstermijn van twee jaar is in zijn algemeenheid niet onredelijk, aldus de Raad van State (maar in andere uitspraken zijn ook al kortere termijnen geaccepteerd).

De gesubsidieerde “jeugdzorg”organisatie had daartegen aangevoerd dat zij zich, ondanks een tijdige aankondiging, niet goed op de beëindiging kon voorbereiden omdat ten eesrte niet duidelijk was hoe de financiering vanaf 1 januari 2015 geregeld zou zijn en ten tweede zij tot 1 januari 2015 (wettelijk) verplicht was om bepaalde taken uit te voeren. Dat lijken op zichzelf valide argumenten. De “redelijke termijn” van artikel 4:51 Awb heeft immers als doel de subsidieontvanger in staat te stellen maatregelen te treffen om de gevolgen van de beëindiging van de subsidierelatie te ondervangen. Anticiperen op een beëindiging is niet mogelijk als een gesubsidieerde instelling verplicht blijft om bepaalde taken te blijven verrichten. Voorts is afbouw van activiteiten lastig als men niet weet welke taken na 1 januari 2015 overblijven.

Desondanks vindt de Raad van State een beëindigingtermijn van twee jaren in dit geval redelijk. Daarbij liet de Raad van State meewegen dat specifiek voor de jeugdzorg met onder meer gemeenten en rijk afspraken zijn gemaakt over de transitie en het opvangen van frictiekosten. Daarom kon van de subsidiegever niet worden gevergd dat daarnaast ook nog een overgangssubsidie zou worden verstrekt vanaf 1 januari 2015.

De uitspraak bevestigt specifiek voor de decentralisatie van het sociaal domein dat het beëindigen van bestaande subsidierelaties niet heel ingewikkeld hoeft te zijn. Een redelijke termijn en enig overgangsbeleid lijken daarvoor voldoende.

Twee adders onder het gras bij aangaan nieuwe subsidierelaties

Indien de gesubsidieerde activiteit overgaat naar een nieuwe organisatie, is mogelijk sprake van overgang van een onderneming en gaat het personeel (of een deel daarvan) van rechtswege mee. Voorts lijkt het erop dat veel gemeenten gaan werken met uitvoeringsovereenkomsten (naast subsidiebeschikkingen), waardoor mogelijk een aanbestedingsplicht ontstaat. Let na beëindiging van een bestaande subsidierelatie dus goed op deze twee adders onder het gras.

Voor meer informatie kunt u terecht bij mr Robert van der Velde.

Meer nieuws

Start chatgesprek

Medewerkers zijn nu beschikbaar

Onze medewerkers zijn nu online om uw zakelijke vragen te beantwoorden. Vul de naam van uw organisatie in en klik op "Start chat" om een chatgesprek te starten.

Sorry, de chat is momenteel niet beschikbaar