Verslag seminar “Aanbestedingsrecht in de praktijk”

22 mei 2014

Door mr. Marijn Nuijens

Op donderdag 15 mei 2014 heeft PlasBossinade een seminar (expertmeeting)  “Aanbestedingsrecht in de praktijk” georganiseerd. Aanleiding was de promotie van advocaat Arthur van Heeswijck met zijn proefschrift “Rechtsbescherming van ondernemers in aanbestedingsprocedures”.

Het seminar werd geleid door prof. dr. Laurence Gormley. Door PlasBossinade was een panel van vier experts samengesteld, bestaande uit mevrouw Amsing (RUG), de heer Lombaerts (provincie Groningen), de heer Ottens (BAM Civiel) en de heer Siebring (Draaijer & Partners). Zowel aannemers, opdrachtgevers als adviseurs waren bij het seminar aanwezig.

Tijdens het seminar kwamen vier stellingen over aanbesteden aan de orde. De panelleden gaven hun mening over de stellingen. De overige aanwezigen ook. Zeker omdat zowel aanbestedende diensten als adviseurs en inschrijvers aanwezig waren, ontstonden interessante discussies, waarbij zo nu en dan ook eens “het hart werd gelucht”.

De eerste stelling

“Schiet de aanbesteder zich in de eigen voet door de gunningsbeslissing uitgebreid te motiveren of voorkomt hij juist geschillen door maximaal openheid van zaken te geven over de beoordeling van de aanbiedingen?”

Alle aanwezigen waren het er wel over eens: de gunningsbeslissing moet goed gemotiveerd worden. Daarmee schiet de aanbesteder zich niet in de eigen voet, integendeel. Een goed gemotiveerde beslissing kan eerder rekenen op begrip van inschrijvers. Bovendien kunnen inschrijvers met een goede motivering ook hun voordeel doen voor volgende aanbestedingen.

Er bleek een opmerkelijk verschil te zijn in aanbestedingen van werken enerzijds en levering en diensten anderzijds. Bij die laatste wordt de winnende prijs volgens een van de experts vaak niet openbaar gemaakt. Bij die eerste in de regel juist wel. Dat laatste kwam veel van de aanwezigen ook het meest logisch voor.

Ten slotte bleken de aanwezigen van oordeel dat er geen enkel bezwaar bestond als aanbesteders aangaven wie de inschrijvers waren en met welke prijs zij hadden ingeschreven. “Namen en rugnummers” konden gewoon genoemd worden.

De tweede stelling

“Moet de aanbesteder de voorschriften in de Gids proportionaliteit strikt naleven en is afwijking alleen in zeer bijzondere omstandigheden toegestaan? Of moet de Gids proportionaliteit als een flexibel instrument worden beschouwd, dat de aanbesteder enkel behulpzaam is bij het maken van keuzes?”

Er kwamen wisselende reacties op deze stelling. De een gaf aan dat de Gids niet in lijn leek te zijn met de Aanbestedingswet. De ander vond het niet verstandig dat de Gids aan de wet was gekoppeld. Weer een ander gaf aan dat niemand echt blij leek te zijn met de Gids. Tegelijkertijd waren er ook aanwezigen die vonden dat de Gids meer eenheid bracht in aanbestedingsland, wat een positieve zaak zou zijn.

De aanwezigen leken het er in ieder geval over eens dat afwijking van de Gids toe zou zijn gestaan, maar dat zo’n afwijking wel goed gemotiveerd moest worden. Eén van de aanwezigen merkte op dat afwijking eerder regel leek te worden dan uitzondering. Zo werden bijvoorbeeld wel eens bankgaranties geëist van 10%. Gewoon “omdat het kan”  in de huidige markt. Het ging in dat geval om een woningcorporatie die geen aanbestedende dienst is. Dat ging de aanwezigen – althans de aannemers onder hen – te ver.

De derde stelling

“Is de klachtenregeling bij de Commissie van Aanbestedingsexperts een welkome aanvulling op de bestaande beroepswegen?”

De aanwezigen constateerden dat de commissie relatief laagdrempelig was en vonden het goed dat er een middel bestond naast de gang naar de rechter. Een enkeling vond dat er al genoeg wegen waren om te klagen over aanbestedingsprocedures. Ook gaf een enkeling aan huiverig te zijn voor dit soort procedures, omdat ze mogelijk tegen je worden gebruikt.

Maar een ruime meerderheid van de aanwezigen leek toch de Commissie van Aanbestedingsexperts als een welkome aanvulling te zien. De meeste aanwezigen vonden echter dat een procedure bij de commissie een opschortende werking zou moeten hebben: nu loopt de aanbestedingsprocedure gewoon door en daardoor lijkt klagen bij voorbaat niet veel zin te hebben. Hier moet nog eens goed over nagedacht worden.

Ten slotte kwam bij de behandeling van de derde stelling nog aan de orde dat er een aanbestedingsinstituut van Bouwend Nederland bestaat (www.aanbestedingsinstituut.nl). Daar waren niet alle aanwezigen van op de hoogte. Dit instituut bewaakt de kwaliteit van aanbestedingen en inschrijvers kunnen hier terecht met vragen en opmerkingen over aanbestedingen.

De vierde stelling

“Moet de aanpak van social return bij aanbestedingen op de schop?”

Over deze stelling was eigenlijk iedereen het wel eens: die aanpak moet op de schop. Zoals het nu gaat, is het niet goed. Er moet gezocht worden naar alternatieven. Genoemd werd onder andere de PSO-ladder (Prestatieladder Socialer Ondernemen). Daarbij wordt gekeken naar geleverde prestaties van de ondernemer op het gebied van social return en wordt minder dan nu het geval is de nadruk gelegd op de inzet van personen met een afstand tot de arbeidsmarkt bij de opdracht die wordt aanbesteed.

Conclusie

Al met al was het een bijzonder geslaagd seminar. Het vormde een mooi podium voor de verschillende partijen bij aanbestedingsprocedures om aan te geven waarom het gaat zoals het gaat, en hoe zaken verbeterd kunnen worden. Ook na afloop bij de borrel werd nog volop gediscussieerd over problemen en oplossingen in de aanbestedingspraktijk. Een leerzame middag dus.

Meer nieuws

Start chatgesprek

Medewerkers zijn nu beschikbaar

Onze medewerkers zijn nu online om uw zakelijke vragen te beantwoorden. Vul de naam van uw organisatie in en klik op "Start chat" om een chatgesprek te starten.

Sorry, de chat is momenteel niet beschikbaar