Wijzigingen bestaande kinderalimentatie in 2015

23 februari 2015

Vanaf 1 januari 2015 is een aantal kindregelingen gewijzigd, welke van invloed zijn op de kinderalimentatie. Van de elf bestaande kindregelingen, zijn er vier gebleven. Dat zijn de kinderbijslag, het kindgebonden budget, de combinatiekorting en de kinderopvangtoeslag. Hierna zal ik in hoofdlijnen uitleggen wat de veranderingen voor  gevolgen kunnen hebben. Maar voordat ik op de wijzigingen inga, leg ik kort uit hoe het ook alweer zit met het bepalen van kinderalimentatie.

Behoefte en draagkracht

Bij het bepalen van de hoogte van kinderalimentatie gaat het enerzijds om behoefte en anderzijds om draagkracht.

Behoefte
De behoefte is het bedrag dat nodig is om de kosten van een kind volledig te dekken. Om de behoefte van een kind te bepalen moet eerst worden vastgesteld wat de kosten van het kind zijn. Voor het bepalen van de kosten van een kind wordt door rechters gebruik gemaakt van tabellen die door het Nibud in samenwerking met het CBS zijn opgesteld. Uit onderzoek is gebleken dat de kosten van een kind worden bepaald door drie factoren; de leeftijd van een kind, het aantal kinderen dat tot een gezin behoort en het netto gezinsinkomen. De bevindingen van dat onderzoek zijn opgenomen in tabellen. Uit die zogenoemde Nibud-tabellen kan het eigen aandeel van ouders in de kosten van een kind worden bepaald. Er moet daarbij steeds worden uitgegaan van de situatie zoals die was voordat ouders uit elkaar gingen. Zo nodig moet het gevonden bedrag worden geïndexeerd. Het eigen aandeel van ouders betreft dat deel van de kosten van een kind dat niet door de kinderbijslag wordt afgedekt. Voor de bepaling van de behoefte moet het kindgebonden budget dat na de scheiding wordt ontvangen, op de het eigen aandeel in mindering worden gebracht.

Draagkracht

De draagkracht is het bedrag dat een ouder kan betalen aan kinderalimentatie. Voor het becijferen van de draagkracht wordt gebruik gemaakt van rekenregels die wel de “Tremanormen” worden genoemd. Ieder van de ouders dient naar rato van zijn/haar draagkracht bij te dragen in de kosten van een kind.

De gevonden draagkracht voor het betalen van kinderalimentatie moet worden verhoogd met het bedrag dat de betaler van kinderalimentatie van de overheid ontvangt als persoonsgebonden voordeel bij het betalen van kinderalimentatie. Het komt er dus op neer dat de overheid via die weg ook een steentje bijdraagt. Of beter, bijdroeg. Want met ingang van 1 januari 2015 vervalt dit fiscaal voordeel. En er verandert meer. De op stapel staande wijzigingen hebben invloed op zowel de draagkracht, als op de behoefte.

Wat verandert er?

  • Tot nu toe kunnen ouders die kinderalimentatie betalen veelal van het persoongebonden voordeel, bij het betalen van kinderalimentatie, gebruik maken. De ouder die kinderalimentatie betaalt moet € 406, - of meer per kwartaal uitgeven aan kosten van levensonderhoud van een kind. De aftrekpost kon tot nu toe oplopen tot bijna € 1.200, - per jaar voor kinderen tussen 12 en 17 jaar. In bijna alle gevallen is met deze aftrekpost rekening gehouden bij het vaststellen van de hoogte van de kinderalimentatie. Nu de aftrekpost vervalt zal in veel gevallen de alimentatie betalende ouder netto meer gaan betalen dan voorheen en dat kan om flinke bedragen gaan.
  • Er vervallen heffingskortingen die betrekking hebben op de aanwezigheid van kinderen met ingang van 1 januari 2015. Zo vervallen de alleenstaande ouderkorting en de ouderschapsverlofkorting. Indien een ouder recht had op een alleenstaande ouderkorting en die verliest, dan betekent dat, dat diens draagkracht wordt verlaagd. Hij/zij kan dus minder bijdragen in de kosten van een kind.
  • Tegenover het afschaffen van de alleenstaande-ouderkorting staat dat een zogenoemde “alleenstaande-ouderkop” bij het kindgebonden budget (KGB) wordt geïntroduceerd. Het KGB zal in sommige gevallen –mede door de alleenstaande-ouderkop- flink worden verhoogd. De nieuwe Tremanormen bevelen aan om bij becijfering van de behoefte van een kind het KGB in mindering te brengen op het eigen aandeel van ouders volgens de Nibud-tabel. Dat kan ertoe leiden dat vanaf 1 januari 2015 een veel lagere behoefte resteert, waardoor minder alimentatie betaald hoeft te worden. De verwachting is dat de behoefte in sommige gevallen zelfs tot nul kan dalen. Er is intussen al wijdverbreid discussie ontstaan over de vraag of het terecht is om de alleenstaande-ouderkop op het tabelbedrag in mindering te brengen. De bedoeling van de wetgever bij de introductie van deze opslag lijkt te zijn geweest dat die ten goede zou moeten komen aan de alleenstaande primair verzorgende ouder. In voorkomende gevallen kan bij het volgen van de nieuwe aanbevelingen van Trema terzake de alleenstaande-ouderkop de situatie ontstaan dat de alleenstaande (alimentatiegerechtigde) ouder daarvan niet of nauwelijks profiteert, omdat die minder alimentatie ontvangt. De alimentatieplichtige ouder profiteert dan wel. Dit terwijl die mogelijk er wel de draagkracht voor heeft om (meer) kinderalimentatie te betalen. De Rechtbank De Haag heeft om die reden in de eerste zes weken van 2015 al twee maal besloten om af te wijken van de Tremanormen op dit punt.

Opnieuw bekijken

Al deze wijzigingen kunnen reden zijn om bestaande kinderalimentatieverplichtingen opnieuw te bekijken. Als de eertijds overeengekomen of vastgestelde kinderalimentatie niet meer voldoet, geeft de wet de mogelijkheid tot wijziging.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr Susanne Wortmann.

Meer nieuws

Start chatgesprek

Medewerkers zijn nu beschikbaar

Onze medewerkers zijn nu online om uw zakelijke vragen te beantwoorden. Vul de naam van uw organisatie in en klik op "Start chat" om een chatgesprek te starten.

Sorry, de chat is momenteel niet beschikbaar