Adviseur aansprakelijk, inkeren en Panama/Paradise Papers

Leestijd 4 minuten

De rechtbank Rotterdam is van oordeel dat een accountants- en belastingadvieskantoor aansprakelijk is voor de schade als gevolg van een door dat kantoor geadviseerde en geïmplementeerde truststructuur die in feite leidt tot belastingontduiking. De cliënt komt er niet zonder kleerscheuren vanaf, omdat de rechtbank de schade met 50% verlaagt.

De cliënt verkocht behang en kon een merkrecht kopen voor ruim € 6.000 van een derde partij. Op advies van zijn accountants- en belastingadvieskantoor (adviseur) werd het merkrecht ondergebracht in een Cypriotische vennootschap. De aandelen in de Cypriotische vennootschap werden gehouden door een vennootschap op de Britse Maagdeneilanden. De economische eigendom van de aandelen in deze laatste vennootschap werden gehouden door een door de cliënt ingestelde Cypriotische trust, de juridische eigendom lag bij een andere trust.

Vervolgens stelde de adviseur een licentieovereenkomst op tussen de Cypriotische vennootschap en een in Nederland gevestigde vennootschap van de cliënt. Partijen spraken af dat de Nederlandse vennootschap 10% van haar jaaromzet van enkele miljoenen euro’s als licentievergoeding voor het gebruik van het merkrecht verschuldigd was aan de Cypriotische vennootschap. De winst was op Cyprus belast tegen een tarief van 10%. De Cypriotische vennootschap fungeerde als brievenbusvennootschap en verrichte geen werkzaamheden. De Nederlandse winst werd dus afgeroomd en belast tegen een aantrekkelijk tarief op Cyprus.

Onderzoeken

Op enig moment startte de Belastingdienst een boekenonderzoek. De Belastingdienst accepteerde de fiscale gevolgen van de structuur niet en legde navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting op. Daarnaast werd een strafrechtelijk onderzoek gestart naar een aantal betrokkenen bij de structuur. De cliënt stelde de adviseur aansprakelijk voor de schade die hij had geleden als gevolg van de geadviseerde structuur en de implementatie daarvan.

Belastingontduiking

De rechtbank concludeerde dat de adviseur er rekening mee had moeten houden dat er geen deugdelijke bedrijfseconomische reden was voor de Nederlandse vennootschap om licentievergoedingen te gaan betalen aan de Cypriotische. De adviseur had het advies niet  moeten geven. Een redelijk bekwaam en redelijk handelend adviseur adviseert zijn cliënten geen structuur die neerkomt op belastingontduiking. Ook stelt een redelijk bekwaam en redelijk handelend adviseur zijn cliënten niet bloot aan een reëel risico op toekomstige problemen met de Belastingdienst en op strafrechtelijke vervolging – nog vervelender.

Desalniettemin komt de schade van de cliënt niet voor 100% voor vergoeding in aanmerking, maar voor 50%. De rechtbank is van oordeel dat de schade ook een gevolg is van omstandigheden die aan de cliënt zijn toe te rekenen. Op basis van de feiten gaat de rechtbank er vanuit dat de cliënt er niet werkelijk op heeft vertrouwd, althans had mogen vertrouwen, dat de wijze waarop belasting werd bespaard rechtmatig was op basis van de geadviseerde en geïmplementeerde structuur. Aan de zijde van de cliënt was sprake van ‘eigen schuld’, zodat de vergoedingsplicht van de adviseur werd verminderd. Beide partijen zijn in hoger beroep gegaan.

Inkeren en Panama/Paradise papers

In het verlengde van deze uitspraak is het volgende interessant. Op basis van de inkeerregeling kunnen onder voorwaarden fiscale zonden (gedeeltelijk) vrij van boetes worden opgebiecht aan de Belastingdienst. Ook in situaties waarin winst is afgeroomd ten behoeve van een (gelieerde) vennootschap in het buitenland is het mogelijk om als belastingplichtige gebruik te maken van de inkeerregeling en zodoende boetes (gedeeltelijk) te voorkomen, door de winst alsnog in Nederland aan te geven.

Wereldwijd is commotie ontstaan over de Panama en recent Paradise Papers. In de strijd tegen (internationale) belastingontduiking is aanvankelijk in het Belastingplan 2018 voorgesteld om de inkeerregeling geheel af te schaffen. Verlaging van boetes is dan niet meer mogelijk bij inkeer.

Tijdens de behandeling van het Belastingplan 2018 is echter voorgesteld om de inkeerregeling alleen af te schaffen voor de zwart sparende particulier die zijn vermogen op een bankrekening in het buitenland heeft gestald. Dit voorstel is door de Tweede Kamer aangenomen.

De inkeerregeling blijft dus in andere gevallen gewoon van toepassing: dus ook in gevallen waarin winst is afgeroomd ten behoeve van een (gelieerde) vennootschap in het buitenland of wanneer sprake is van verzwegen vermogen in een niet transparant buitenlandse vehikel in een warm land. Heeft de Tweede Kamer zich dit voldoende gerealiseerd?

Reacties

Nog geen reacties

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt
Start chatgesprek

Medewerkers zijn nu beschikbaar

Onze medewerkers zijn nu online om uw zakelijke vragen te beantwoorden. Vul de naam van uw organisatie in en klik op "Start chat" om een chatgesprek te starten.

Sorry, de chat is momenteel niet beschikbaar