Contracteren met de onderaannemer: het blijft een kunst

Leestijd 4 minuten

Het is schering en inslag in de bouw: onderaanneming. Dat is logisch, aannemers hebben vaak niet de capaciteit in huis om een werk helemaal zelf uit te voeren. Dus schakelen ze een onderaannemer in om onderdelen van dat werk uit te voeren.

Inhoud overeenkomst bij onderaannemen

De inhoud van de overeenkomst met die onderaannemer zal vaak mede bepaald worden door de inhoud van de overeenkomst van de hoofdaannemer met de opdrachtgever. Dat is overigens geen automatisme en moet dus worden overeengekomen. De overeenkomst krijgt dan een zogenaamd “doorgeef” of “back to back” karakter.

Het goed opstellen van zo’n overeenkomst is nog best lastig en gaat dus ook wel eens mis. Een recente uitspraak van de Raad van Arbitrage laat dat zien.

In de betreffende zaak was een onderaannemingsovereenkomst gesloten waarop allerlei contractstukken van toepassing waren verklaard. Onder andere de basisovereenkomst tussen opdrachtgever en hoofdaannemer en de daarbij behorende UAV-GC, maar ook de algemene voorwaarden van de hoofdaannemer zelf en de UAV. Dit alles voorzien van een rangorderegeling. Ik citeer arbiters op dit punt:

de volgorde van die rangregeling is in ieder geval als eerste de overeenkomst van  onderaanneming zelf, dan de algemene voorwaarden van (Marijn Nuijens: bedoeld wordt hier de hoofdaannemer) en op gelijke hoogte daarmee de basisovereenkomst tussen hoofdaanneemster en de opdrachtgever en de in de akte van de overeenkomst van onderaanneming genoemde stukken, zoals de demarcaties, voorts de UAV-GC 2005 en tot slot de UAV (1968) en ABB 1960.

U raadt het al: voer voor discussie. Dit kwam de hoofdaannemer duur te staan toen hij (onder andere) een boete wegens te late oplevering op de onderaannemer wilde verhalen.

Fatale opleverdatum overeengekomen?

De eerste vraag was of eigenlijk wel een fatale opleverdatum was overeengekomen. In de onderaannemingsovereenkomst zelf stond namelijk geen opleverdatum. Wel was verwezen naar de basisovereenkomst tussen de hoofdaannemer en de opdrachtgever. Dat betrof echter een concept waarin de opleverdatum niet was ingevuld.

Op dit punt kwam de hoofdaannemer nog goed weg. Arbiters oordeelden namelijk dat de onderaannemer dan maar had moeten vragen naar de ingevulde, definitieve basisovereenkomst. Dan had ze geweten wat de fatale opleverdatum was.

De volgende vraag was, wat de gevolgen waren van het overschrijden van die opleverdatum. Er waren namelijk diverse contractstukken van toepassing (zie het citaat hiervoor), die daar allemaal wat over konden regelen.

Rangorderegeling pakt niet goed uit

Op basis van de rangorderegeling gingen arbiters naar het eerste stuk in rang waarin iets was bepaald over te late oplevering. Dat stuk bleek – helaas voor de hoofdaannemer – zijn eigen set algemene voorwaarden te zijn. Daarin stond een bepaling, die volgens arbiters alle gevolgen van overschrijding van de uitvoeringsduur regelde.

De bepaling hield (kort gezegd) in dat als de onderaannemer het werk vertraagde, de hoofdaannemer, nadat hij de onderaannemer had aangemaand, het werk zelf of door een ander kan laten verrichten. Dit was dus geen boetebeding. Tot overmaat van ramp was bovendien vóór oplevering geen aanmaning verzonden. Er was dus geen boete verschuldigd.

De les uit het vorenstaande

De les die uit deze uitspraak kan worden getrokken: kijk kritisch naar de onderaannemingsovereenkomst en neem voorafgaand aan het sluiten ervan contact op met uw advocaat. Een duidelijke overeenkomst vooraf kan teleurstelling achteraf voorkomen.

Nóg twee lessen die uit de uitspraak kunnen worden getrokken

Ten eerste: de hoofdaannemer had in deze zaak (naast een boete wegens te late oplevering) ook schade gevorderd omdat de onderaannemer de ontwerpgegevens niet volgens planning aanleverde. De planning was echter niet bindend overeengekomen tussen hoofdaannemer en onderaannemer. De data in de planning waren dus geen fatale termijnen. Overschrijding van die data leverde dus (zonder ingebrekestelling) geen schadeplichtigheid op. Het kan dus als hoofdaannemer lonen die planning bindend overeen te komen.

Ten tweede: de onderaannemer wilde op de hoofdaannemer de kosten verhalen van werkzaamheden (meerwerk) die hij had uitgevoerd naar aanleiding van rechtstreeks contact met de opdrachtgever. De hoofdaannemer had zelf echter geen opdracht gegeven en was bij dat contact met de opdrachtgever ook niet betrokken geweest. De onderaannemer kon die kosten dus niet op de hoofdaannemer verhalen. De les voor de onderaannemer: niet de opdrachtgever, maar de hoofdaannemer is je contractspartij. Met díe partij moet het meerwerk worden afgestemd.

Raad van Arbitrage 2 november 2017, geschilnummer 35.732.

Reacties

Nog geen reacties

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt
Start chatgesprek

Medewerkers zijn nu beschikbaar

Onze medewerkers zijn nu online om uw zakelijke vragen te beantwoorden. Vul de naam van uw organisatie in en klik op "Start chat" om een chatgesprek te starten.

Sorry, de chat is momenteel niet beschikbaar