De bankgarantie bij een failliete huurder: een (on)zekerheid?!

Leestijd 3 minuten

Bij het sluiten van een huurovereenkomst van bedrijfsruimte (kantoor of winkelruimte) verlangt de verhuurder vaak een bankgarantie van de huurder. Dit geeft de verhuurder zekerheid op het moment dat de huurder niet voldoet aan zijn (financiële) verplichtingen.

Sinds een uitspraak van de Hoge Raad uit 2011 gold als uitgangspunt dat een bankgarantie niet strekt tot verhaal van leegstandsschade na faillissement van de huurder. De Hoge Raad kwam op 17 februari 2017 met een opvallende uitspraak waarbij de bankgarantie in een vergelijkbare situatie wel in stand werd gehouden en ten gelde kon worden gemaakt.

Dit lijkt tegenstrijdig met eerdere uitspraken en de vraag rijst hoe het precies zit bij een failliete huurder en een bankgarantie?

De failliete huurder

Artikel 39 Faillissementswet bepaalt dat bij een faillissement van een huurder zowel de curator als de verhuurder de huur tussentijds kunnen opzeggen. De opzegging op grond van artikel 39 Fw is een regelmatige wijze van beëindiging van de huurovereenkomst waardoor een verhuurder geen recht op schadevergoeding heeft wegens gemis aan huur door leegstand.

Ook niet wanneer dit contractueel is vastgelegd. Een beding waarbij de huurder zich verplicht tot schadevergoeding in geval van een voortijdig einde van de huur door zijn faillissement geeft dus geen aanspraak op de boedel. Als er geen aanspraak is, kan ook de bankgarantie niet worden ingeroepen.

De Hoge Raad heeft hierop nu een nuance aangebracht. De verhuurder kan - onder omstandigheden - toch schade verhalen via de bankgarantie.

Wat speelt er?

In die zaak had de verhuurder recht op schadevergoeding bedongen. Daarnaast was er een bankgarantie waarmee een derde (de bank) zich verbond tot betaling van die schadevergoeding als een “eigen schuld”. De bank had verklaard zich tegenover deze verhuurder garant te stellen voor al wat de huurder als gevolg van de huurovereenkomst aan de verhuurder verschuldigd zou zijn.

De bank betaalt vervolgens als eigen schuld de leegstandschade en verrekende vervolgens haar vordering met het creditsaldo van de huurder op een bij de bank aangehouden rekening. De betaling is dus – via een omweg – geschied ten laste van de faillissementsboedel. En daarmee in strijd met wat sinds 2011 gold.

Zekerheid voor de verhuurder

De Hoge Raad acht de verzilvering van de bankgarantie via deze constructie toelaatbaar.

Voor verhuurders kan deze uitspraak van belang zijn om (meer) zekerheid te krijgen in geval van faillissement van de huurder. Om te voorkomen dat de bankgarantie een lege huls blijkt te zijn, is van belang dat de bankgarantie goed en duidelijk is geformuleerd.

Voor huurders is het van belang dat zij zich realiseren wát ze afspreken. Voor een huurder schept de toelaatbaarheid van deze constructie niet veel extra risico’s. Wel is het nadelig voor de overige crediteuren van de failliete boedel: voor hen blijft er minder over.

Heeft u hierover vragen of wilt u dat wij “meelezen” met een bankgarantie die u wordt voorgelegd, dan kunt u contact opnemen met mij of mijn collega Daniël Schuth.

Reacties

Nog geen reacties

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt
Start chatgesprek

Medewerkers zijn nu beschikbaar

Onze medewerkers zijn nu online om uw zakelijke vragen te beantwoorden. Vul de naam van uw organisatie in en klik op "Start chat" om een chatgesprek te starten.

Sorry, de chat is momenteel niet beschikbaar