Einde verkapte of verstopte aanvragen

Leestijd 3 minuten

Het gebeurt nog wel eens dat een bestuursorgaan te laat op een aanvraag beslist. Meestal heeft dat juridisch geen harde gevolgen, maar soms ontstaat bij te laat beslissen een “vergunning van rechtswege”: als de wettelijke beslistermijn is verstreken, heeft de aanvrager automatisch een vergunning gekregen. Die moet dan nog wel bekend worden gemaakt (artikel 4:20c Awb) en daartegen is bezwaar en beroep mogelijk, maar in principe is de buit binnen en staat de aanvrager met 1-0 voor.

Dit systeem van “vergunningen van rechtswege” geldt ook voor eenvoudige omgevingsvergunningen voor de activiteiten bouwen (verder: bouwvergunningen), dat wil zeggen bouwvergunningen die passen in het bestemmingsplan of met een eenvoudige afwijkingsprocedure vergund kunnen worden (artikel 3:9 lid 3 Wabo). B&W moeten daarom altijd goed opletten of zij zo’n aanvraag ontvangen. Als daarop niet binnen acht weken wordt beslist, is zo’n bouwvergunning van rechtswege verleend.

Verstopte aanvragen zijn voortaan geen aanvragen meer

Dat leidde er in de praktijk toe dat aanvragers soms bewust en soms onbewust aanvragen “verstopten” in een wollige brief of een bezwaarschrift. Als zo’n aanvraag goed was verstopt  - bijvoorbeeld in een brief van 18 dichtbedrukte kantjes, ergens onderaan bladzijde 15 - dan  bestond de kans dat B&W de aanvraag misten, waarna de aanvrager acht weken later triomfantelijk zijn vergunning van rechtswege kon incasseren.

In een uitspraak  van 20 maart 2019 heeft de Raad van State aan deze praktijk definitief een einde gemaakt, althans voor omgevingsvergunningen. De zaak ging over een yurt op Texel die er volgens B&W illegaal stond. Zij legden de eigenaar een last onder dwangsom op om de yurt te verwijderen. De eigenaar maakte daartegen bezwaar en schreef in het bezwaarschrift dat hij graag een omgevingsvergunning voor de yurt wilde, indien de yurt illegaal zou zijn.

B&W herkenden deze “aanvraag” niet en namen die dus ook niet in behandeling. De yurt-eigenaar stelde zich na acht weken op het standpunt dat de vergunning inmiddels van rechtswege was verleend en dat daarmee de yurt was gelegaliseerd.

De Raad van State is het daar principieel niet mee eens en  formuleert als rechtsregel dat “vanaf nu” een verzoek om omgevingsvergunning dat niet digitaal via het Omgevingsloket is gedaan, alleen een echte aanvraag is (artikel 1:3 lid 3 Awb) als voor het bestuursorgaan meteen duidelijk is dat een aanvraag is gedaan. Het moet daarbij altijd gaan om een zelfstandig stuk. Alleen bij een dergelijke evidente aanvraag begint de wettelijke beslistermijn te lopen en kan na acht weken een omgevingsvergunning van rechtswege ontstaan.

In eerdere uitspraken had de Raad van State zich ook al kritisch uitgelaten over verstopte aanvragen. Met de uitspraak van 20 maart 2019 is het volstrekt helder: een aanvraag om een omgevingsvergunning moet hetzij online worden gedaan via het Omgevingsloket, hetzij via een ander stuk. In dat laatste geval (ander stuk) moet het gaan om een zelfstandig document (dus geen aanvragen als onderdeel van bijvoorbeeld een bezwaarschrift) en het moet evident zijn dat het om een aanvraag gaat.

Dat is jammer voor creatieve aanvragers maar positief voor hun buren en voor bestuursorganen. Zij kunnen door slinkse en verstopte aanvragen voortaan niet meer worden geconfronteerd met van rechtswege verleende omgevingsvergunningen.

Reacties

Nog geen reacties

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt
Start chatgesprek

Medewerkers zijn nu beschikbaar

Onze medewerkers zijn nu online om uw zakelijke vragen te beantwoorden. Vul de naam van uw organisatie in en klik op "Start chat" om een chatgesprek te starten.

Sorry, de chat is momenteel niet beschikbaar