Ingrijpen na gunning (deel II)

Leestijd 3 minuten

Al eerder schreef ik over de (on)mogelijkheid om in rechte op te komen tegen een na gunning gesloten overeenkomst. Recent heeft ook het Hof Amsterdam zich over deze materie mogen uitlaten. Het Hof heeft daarbij de door de Hoge Raad gehanteerde lijn toegepast en komt tot de volgende conclusies.

Casus

Naar aanleiding van een gehouden Europese openbare aanbestedingsprocedure heeft de Gemeente Hilversum een opdracht “ontwikkeling bouwvelden” voorlopig gegund aan de besloten vennootschap “Burgtbouw”. Een andere inschrijver, “de Realisatie”, kan zich met deze (voorlopige) gunning niet verenigen en entameert daarom een kort geding procedure. De Realisatie verliest deze procedure, haar vorderingen worden allen afgewezen waarna tussen de Gemeente en Burgtbouw (na definitieve gunning) een overeenkomst wordt gesloten.

Ná het sluiten van deze overeenkomst gaat De Realisatie in hoger beroep, met als doel de Gemeente te verbieden aan Burgtbouw te gunnen, althans de Gemeente te verbieden uitvoering te geven aan die overeenkomst, althans de Gemeente te bevelen die overeenkomst met onmiddellijke ingang op te zeggen. Met inachtneming van het arrest van de Hoge Raad d.d. 18 november 2016 maakt het Hof korte metten met deze vorderingen.

Arrest Hof

Het Hof oordeelt dat een als resultaat van de gunningsbeslissing tot stand gekomen overeenkomst alleen is aan te tasten wegens strijd met aanbestedingsregels (op de gronden vermeld in art. 4.15 lid 1 Aanbestedingswet 2012) of in het geval van wilsgebreken, in het geval van nietigheid of vernietigbaarheid ingevolge art. 3:40 BW.

Omdat tussen partijen wel vast stond dat zich dergelijke vernietigingsgronden niet voordeden, worden de vorderingen van De Realisatie allen afgewezen.

Conclusie

Zoals in de eerdere blog aangegeven is het veelal moeilijk om in hoger beroep iets tegen een (als resultaat van een aanbestedingsprocedure) gesloten overeenkomst te ondernemen. Is er geen sprake van een formeel gebrek of (ver)nietig(baar)heid? Dan staat een ‘verliezend’ inschrijvende partij na gunning al snel met lege handen. De overeenkomst is dan al gesloten.

Meent een inschrijvende partij daadwerkelijk dat sprake is van onrechtmatige gunning, dan doet hij er mijns inziens vele malen verstandiger aan om in een bodemprocedure (vervangende) schadevergoeding te vorderen, in plaats van te proberen de al gesloten overeenkomst aan te vechten. Daarmee wordt de opdracht evenmin verkregen, maar bestaat nog altijd de kans dat de schade als gevolg van het mislopen van de opdracht wordt vergoed. Wellicht geen bevredigend resultaat, maar iets lijkt mij beter dan niets. Al blijft de beste oplossing uiteraard om het niet tot een hoger beroep te laten komen.

Reacties

Nog geen reacties

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt
Start chatgesprek

Medewerkers zijn nu beschikbaar

Onze medewerkers zijn nu online om uw zakelijke vragen te beantwoorden. Vul de naam van uw organisatie in en klik op "Start chat" om een chatgesprek te starten.

Sorry, de chat is momenteel niet beschikbaar