Krimp als onvoorziene omstandigheid

Leestijd 3 minuten

Vóór, en ook nog in de crisis, zijn veel samenwerkingsovereenkomsten gesloten tussen ontwikkelaars en gemeenten over woningbouwplannen, die bij nader inzien toch niet meer helemaal reëel zijn. In grote delen van Nederland zijn woningbouwprognoses naar beneden bijgesteld, bijvoorbeeld vanwege bevolkingskrimp. Zo’n overeenkomst moet dan beëindigd of gewijzigd worden, waarbij gemeenten zich nog wel eens beroepen op onvoorziene omstandigheden (artikel 6:258 BW). Zo ook de gemeente Bronckhorst in de zaak die leidde tot een recent arrest van de Hoge Raad.

Projectontwikkelaar Ronin en de gemeente Bronckhorst sloten in 2009 een samenwerkingsovereenkomst voor de bouw van 27 nieuwbouwwoningen. Al snel bleek dat iets te ambitieus. Mede vanwege latere provinciale en gemeentelijke woningbouwprogramma’s zaten die 27 nieuwbouwwoningen er gewoonweg niet meer in. Met een beroep op onvoorziene omstandigheden (krimp) probeert de gemeente de overeenkomst met Ronin te beëindigen. Dat lukt bij de Rechtbank, maar ging mis bij het Gerechtshof en de Hoge Raad.

Krimp was niet onvoorzien

Hof en Hoge Raad oordelen namelijk dat bij het sluiten van de samenwerkingsovereenkomst al bekend was dat de bevolking (regionaal) zou krimpen. De bevolkingskrimp was dus niet louter een toekomstige omstandigheid, maar bij het sluiten van de samenwerkingsovereenkomst al bekend. Daarom was die krimp geen onvoorziene omstandigheid, ook al was in 2009 nog niet exact helder hoe die regionale krimp via regionaal beleid zou doorwerken in het woningbouwprogramma van de gemeente Bronckhorst.

Onvoldoende zwaarwegend maatschappelijk belang

Verder oordelen Hof en Hoge Raad dat, zelfs al zouden nieuwe regionale woningbouwplannen wél onvoorzien zijn, dat op zichzelf onvoldoende is om op grond van onvoorziene omstandigheden de overeenkomst te beëindigen. Daarvoor is namelijk ook nog nodig dat in het licht van die onvoorziene omstandigheden voldoende rechtvaardiging – zwaarwegend openbaar belang – bestaat om de verplichting uit de overeenkomst niet ongewijzigd na te komen. Zo’n zwaarwegend openbaar belang was in dit geval onvoldoende aangetoond. Daarbij speelt ook een rol dat Hof en Hoge Raad de gemeente verwijten dat de gemeente Ronin niet tijdig en adequaat informeerde over de nieuwe woningbouwprognoses, dat de gemeente heeft nagelaten om Ronin een adequate schadevergoeding aan te bieden en heeft geweigerd om met Ronin in overleg te treden over een aanpassing van de overeenkomst.

Minder snel beroep op onvoorziene omstandigheden?

Gevolg van dit Hoge Raadarrest zou kunnen zijn dat de overheid minder snel een beleidswijziging kan aanvoeren als “excuus” voor het niet-nakomen van contractuele verplichtingen. Bevolkingskrimp wordt niet snel als onvoorziene omstandigheid aangemerkt. En zelfs als er wel een onvoorziene omstandigheid is, dan moet de overheid zich de belangen van de wederpartij aantrekken (heronderhandeling, schadevergoeding aanbieden) en moet sprake zijn van een zwaarwegend openbaar belang dat in de weg staat aan het ongewijzigd nakomen van de overeenkomst. Ik vraag mij af of de gemeente – en dan met name de gemeenteraad - in dit geval naast een beroep op onvoorziene omstandigheden, niet ook een beroep had kunnen doen op gewijzigde planologische inzichten. De gemeenteraad heeft immers – als het om ruimtelijke ordening en het vaststellen van bestemmingsplannen gaat – inhoudelijk het laatste woord en krijgt daarbij volgens redelijk vaste jurisprudentie van de rechter veel beleidsvrijheid.

Reacties

Nog geen reacties

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt
Start chatgesprek

Medewerkers zijn nu beschikbaar

Onze medewerkers zijn nu online om uw zakelijke vragen te beantwoorden. Vul de naam van uw organisatie in en klik op "Start chat" om een chatgesprek te starten.

Sorry, de chat is momenteel niet beschikbaar