Renteswap en emigratie

Leestijd 3 minuten

Voor deze blog heb ik al eerder geschreven over renteswaps en de mogelijkheid om claims van de bank op bijstorting of betaling van een beëindigingspremie af te weren. Er wordt veel over renteswaps geprocedeerd en langzaam maar zeker worden de pijlers van een goed verweer tegen vorderingen van de bank zichtbaar.

Op 26 maart 2014 heeft de Rechtbank Oost-Brabant (ECLI:NL:RBOBR:2014:1415) ook een duit in dit zakje gedaan. Hier ging het om een agrarische ondernemer die voor de bedrijfsfinanciering van € 1.250.0000,- door de bank een renteswap was geadviseerd en aangegaan. Toen de ondernemer in 2010 zijn plannen om te emigreren wilde verwezenlijken, kwam hij erachter dat afkoop van de renteswap circa € 275.000,- kostte. Terwijl hij er slechts twee jaar “plezier” van had gehad doordat het hem een jaarlijkse besparing van welgeteld € 2.000 aan rente had opgeleverd.

Bij het aangaan van de renteswap waren vele formulieren met waarschuwingen en uitleg gepresenteerd en met ondertekening van die formulieren verklaart de ondernemer ook dat hij zich van de risico’s en de consequenties van de renteswap bewust is. Ook van het feit dat bij beëindiging van de renteswap een vergoeding aan de bank kan zijn verschuldigd. Vaststaat dat tijdens de adviesgesprekken aan de orde is geweest dat bij een bedrijfsovername of wisseling van bank deze gevolgen kunnen intreden. Over bedrijfsbeëindiging is niet specifiek gesproken en ook niet over emigratie, wat ook een geval is van bedrijfsbeëindiging. De ondernemer ging ervan uit dat in geval van bedrijfsbeëindiging  (en dus ook emigratie) de renteswap kosteloos zou kunnen worden beëindigd, net zoals de financiering boetevrij kan worden afgelost bij bedrijfsbeëindiging.

De ondernemer vernietigt de renteswap met een beroep op dwaling: hij had een verkeerde voorstelling van zaken en had bij een juiste voorstelling van zaken deze constructie niet gewild. De rechtbank verwerpt het beroep op dwaling, omdat bij de bank niet kenbaar was dat de ondernemer ten tijde van het aangaan van de renteswap al ideeën had over emigratie en voor zichzelf de conclusie had getrokken dat de renteswap hem daarin niet in de weg zou zitten. De ondernemer vindt echter wel gehoor op een andere grond, namelijk dat de rechtbank meent dat de bank zich onvoldoende gekweten heeft van haar zorgplicht. De ondernemer had een verkeerd inzicht in de voorwaarden van de renteswap en dat gebrek aan inzicht is vooral veroorzaakt door zijn weinige kennis van de gevolgen van bedrijfsbeëindiging voor de renteswap. De bijzondere zorgplicht die op de bank rust dient er nu juist toe om de klant tegen een dergelijk gebrek aan inzicht te beschermen, ook indien de bank niet op de hoogte was van de sluimerende emigratieplannen van de ondernemer, zo overweegt de rechtbank. Dat de bank in zijn algemeenheid over de verplichting van de beëindigingspremie heeft gesproken, maar niet in het bijzonder bij bedrijfsbeëindiging, wordt de bank toegerekend. Omdat de rechtbank vindt dat de ondernemer ook een eigen verantwoordelijkheid heeft, maar dat de verantwoordelijkheid voor de bank zwaarder weegt, komt de rechtbank tot het oordeel dat de bank 60% van de beëindigingsvergoeding voor eigen rekening dient te nemen.

Moraal van dit verhaal

Laat je niet uit het veld slaan door de algemene waarschuwingen die voor akkoord zijn ondertekend, maar ga na of de bank voldoende concreet is ingegaan op situaties die zich rond uw onderneming redelijkerwijs kunnen voordoen en of daarbij voldoende is ingegaan op de mogelijke gevolgen van de renteswap. Is dat niet het geval en zit de renteswap u in de weg, dan zijn er wellicht mogelijkheden om ertegen op te treden.

Reacties

Nog geen reacties

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt
Start chatgesprek

Medewerkers zijn nu beschikbaar

Onze medewerkers zijn nu online om uw zakelijke vragen te beantwoorden. Vul de naam van uw organisatie in en klik op "Start chat" om een chatgesprek te starten.

Sorry, de chat is momenteel niet beschikbaar