Vormen seizoensarbeiders en arbeidsmigranten een huishouden?

Leestijd 2 minuten

Onlangs schreef ik een blog over short stay, arbeidsmigranten en begeleid wonen. Daarbij ging het om de vraag of die “woonvormen” eigenlijk wel “wonen” zijn in de zin van het bestemmingsplan.

Zeer recent heeft de Raad van State  opnieuw geoordeeld over de situatie van seizoensarbeiders die met elkaar in een zomerhuis verblijven. Concreet ging het om de vraag of zij samen een huishouden waren.

De gemeente had zich op het standpunt gesteld dat seizoensarbeiders die met elkaar in een zomerhuis verblijven en geen affectieve of familiaire band met elkaar hebben en op hun hoofdverblijf niet samen wonen geen “huishouden” zijn. Kenmerkend voor een huishouden zijn namelijk de verbondenheid en continuïteit en die elementen ontbreken bij samenwonende seizoensarbeiders. Da geldt volgens de gemeente ook voor vriendengroepen.

Rechtbank en Raad van State zijn het daarmee eens. Dat betekent dat in verreweg de meeste gevallen samenwonende seizoensarbeiders geen “huishouden” vormen en dat daarom geen sprake is van “wonen” in de zin van het bestemmingsplan. Dat zou slechts anders kunnen zijn als de desbetreffende seizoensarbeiders met elkaar een affectieve relatie hebben of familie van elkaar zijn. Daarbij vermoed ik wel dat de rechter een enigszins nauwe familierelatie zal verlangen. Als seizoensarbeiders tot in de zoveelste graad verre familie van elkaar zijn, en zij in het land van herkomst (niet samenwonen), schat ik in dat van een “huishouden” niet snel sprake zal zijn.

Reacties

Nog geen reacties

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt
Start chatgesprek

Medewerkers zijn nu beschikbaar

Onze medewerkers zijn nu online om uw zakelijke vragen te beantwoorden. Vul de naam van uw organisatie in en klik op "Start chat" om een chatgesprek te starten.

Sorry, de chat is momenteel niet beschikbaar