Spring naar inhoud
Contact

Pandrecht op een assurantieportefeuille: hoeveel zekerheid heeft de bank?

Datum
Leestijd
4 minuten
door
Marleen van Mourik

Een bank wil altijd zekerheid.

Wanneer een bank een krediet verstrekt aan een ondernemer wil zij hier uiteraard zekerheid voor terug zodat zij linksom of rechtsom haar geld zal terug zal krijgen.

De risico’s voor een bank kunnen worden beperkt door het vestigen van zekerheidsrechten, zoals een recht van hypotheek of een pandrecht. Het is gebruikelijk dat een bank bijvoorbeeld een pandrecht vestigt op de bedrijfsactiva van een onderneming. Mocht de ondernemer zijn betalingsverplichtingen dan niet nakomen, dan heeft de bank het recht om de bedrijfsactiva te verkopen en zich te verhalen op de opbrengst. Zo krijgt de bank haar geld alsnog. Dit klinkt mooi, maar soms vist een bank toch achter het net. Hieronder een voorbeeld.

Wat was er aan de hand?

Een assurantiekantoor had een kredietovereenkomst gesloten met de ING Bank. Het assurantiekantoor had tot zekerheid van haar betalingsverplichtingen aan de ING Bank een pandrecht verstrekt op haar bedrijfsactiva. De bedrijfsactiva werd gedefinieerd als:

“alle tot het bedrijf van de Pandgever behorende goederen waaronder begrepen, maar (niet) beperkt tot, de Bedrijfsuitrusting, Tegoeden, Vorderingen en Voorraden met inbegrip van cliëntenbestanden en de gegevensdragers waarop deze zich bevinden en goodwill, zijnde de meerwaarde van het bedrijf boven de som van vaste activa.”

Door deze omschrijving is het duidelijk dat partijen de bedoeling hadden dat de assurantieportefeuille onder de bedrijfsactiva viel zodat de ING Bank haar financieringsrisico had beperkt.

Het assurantiekantoor gaat uiteindelijk in mei 2013 failliet waarop de curator onder meer de assurantieportefeuille van de vennootschap en de hieraan verbonden goodwill heeft verkocht aan een derde. De ING Bank stelt dat de assurantieportefeuille onder de bedrijfsactiva valt en dat er dus een pandrecht was gevestigd op de assurantieportefeuille. ING Bank vindt dat de curator de opbrengst van de assurantieportefeuille aan ING Bank dient te betalen.

Viel de assurantieportefeuille onder de bedrijfsactiva of niet? ING Bank is gaan procederen tegen de curator en de Hoge Raad heeft hier in haar arrest van 6 december 2019 duidelijkheid over verschaft.

Wat is een assurantieportefeuille? 

Wat wordt er eigenlijk onder een assurantieportefeuille verstaan? De wet geeft hier namelijk geen definitie voor dus de Hoge Raad heeft gekeken naar Kamerstukken, de eerdere Wet assurantiebemiddelingsbedrijf en de huidige Wet financieel toezicht. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de assurantieportefeuille werd omschreven als:

“een portefeuille van de tussenpersoon die wordt gevormd door de verzekeringen die door zijn bemiddeling tot stand zijn gekomen of aan hem in beheer zijn gegeven.”

In de Wet op het financieel toezicht zie je dat er aansluiting wordt gezocht bij de term bemiddelaar.

In de praktijk wordt een assurantieportefeuille wel als eenheid beschouwd en vaak ook verkocht voor behoorlijk wat geld. Met name wanneer een assurantiekantoor wordt verkocht is het vaak de vraag hoeveel de assurantieportefeuille waard is. Een assurantieportefeuille dient in de praktijk ook vaak als onderpand voor de bank waardoor de ING Bank van mening was dat het pandrecht wel degelijk op de assurantieportefeuille was gevestigd. De praktijk en de partijbedoeling was hierover duidelijk, aldus ING Bank.

Wat is een assurantieportefeuille in juridische zin?

Zoals we vaker zien sluiten de praktijk en de juridische wereld niet altijd goed op elkaar aan.

De artikelen 3:228 Burgerlijk Wetboek in verbinding met art. 3:227 lid 1 Burgerlijk Wetboek geven aan dat er alleen een pandrecht kan worden gevestigd op alle niet-registergoederen die voor overdracht vatbaar zijn. Dit betekent kort gezegd dat er sprake moet zijn van een goed in de zin art. 3:1 Burgerlijk Wetboek[1]. De Hoge Raad is van oordeel dat een assurantieportefeuille een samenstel van overeenkomsten en goodwill is. Dit is volgens de Hoge Raad niet aan te merken als een individuele zaak of een individueel vermogensrecht, ook al lijkt dat in de praktijk anders te zijn.

Juridisch bezien is een assurantieportefeuille daarom niet aan te merken als een goed in de zin van art. 3:1 Burgerlijk Wetboek, waardoor er dus géén pandrecht op kan worden gevestigd. De praktijk en de partijbedoeling deden dus niet ter zake omdat het op grond van de wet überhaupt niet kan, aldus de Hoge Raad. Het pandrecht van de ING Bank op de bedrijfsactiva was dus niet gevestigd op de assurantieportefeuille. De bank had dus minder zekerheid dan zij dacht en viste achter het net.

Voor de praktijk, die dus in dit geval afwijkt van de wet, is deze uitspraak zeker van belang. De kans is groot dat de banken haar zekerheidsrechten nog even onder de loep gaan nemen wanneer zij financieringsovereenkomsten willen sluiten met assurantiekantoren.


[1] Art. 3:1 BW: goederen zijn alle zaken en alle vermogensrechten.

Art. 3:2 BW: zaken zijn de voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten.