Spring naar inhoud
Contact

Wet arbeidsmarkt in balans aangenomen door Tweede Kamer, maar zonder verruiming proeftijd

Datum
Leestijd
3 minuten
door
PlasBossinade
Het arbeidsrecht verandert snel en hevig, tenminste, als het aan de Tweede Kamer ligt. Is de Wet werk en zekerheid nog geen 4 jaar geleden in werking getreden, nu is het de bedoeling dat er in het arbeidsrecht opnieuw het nodige gaat veranderen. De wetgever heeft daartoe een wetsvoorstel gemaakt, de Wet arbeidsmarkt in balans (hierna: WAB). Op 5 februari 2019 is in het wetgevingsproces een belangrijke stap gezet.

Op die dag was het namelijk aan de Tweede Kamer om over het wetsvoorstel te stemmen. De uitkomst: coalitiepartijen D66, VVD, CDA en ChristenUnie stemden vóór, evenals de SGP en FvD (Forum voor Democratie), alle andere partijen waren tegen. Conclusie: de meerderheid stemde met het wetsvoorstel in, zodat de Tweede Kamer het voorstel op 5 februari 2019 heeft aangenomen.

Wat er gaat wijzigen indien de WAB wordt ingevoerd, lees je in deze blog van Damir Lacevic. Eén wijziging die wel was voorgesteld, maar die blijkens de stemming in de Tweede Kamer geen doorgang vindt, is de verruiming van de proeftijd.

Geen verruiming van de proeftijd

Mag er in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd nu nog een proeftijd worden overeengekomen van maximaal twee maanden, de idee was dat dit zou worden opgerekt naar vijf maanden. De gedachte daarachter was dat het voor (sommige) werkgevers een grote stap is om een werknemer direct een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan te bieden, zeker als een werkgever een werknemer niet kent. Werknemers zijn op hun beurt niet altijd genegen om een vaste baan op te geven, als ze daarvoor slechts een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd terugkrijgen. Om deze drempel voor beide partijen te verlagen en te bevorderen dat werknemers direct een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd wordt aangeboden, werd voorgesteld om de maximale proeftijd te verruimen van twee maanden naar vijf maanden. Zouden partijen van die mogelijkheid ook daadwerkelijk gebruik maken, dan zou dit betekenen dat iedere arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met een dergelijk proeftijdbeding gedurende de eerste vijf maanden zou kunnen worden opgezegd. Dit kan dan zonder inachtneming van een opzegtermijn en op grond van iedere reden, mits de betreffende arbeidsovereenkomst wel de allereerste overeenkomst was die partijen onderling hadden gesloten en de reden van de opzegging niet discriminatoir van aard zou zijn.

Dit voorstel stuitte op veel kritiek. Zo was onduidelijk welke knelpunten hiermee eigenlijk zouden worden opgelost en vonden velen de onzekerheid voor werknemers die een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd wilden sluiten, veel te groot. Uiteindelijk vonden bijna alle partijen de verruiming van de proeftijd daarom toch niet zo’n goed idee. Wat mij betreft terecht: ik kan mij niet voorstellen dat werknemers in de praktijk erg gelukkig zouden worden van of zouden instemmen met een dergelijk ruim proeftijdbeding.

Naar de Eerste Kamer

Nu de Tweede Kamer haar zegje heeft gedaan, is de Eerste Kamer aan zet. Hoewel de Eerste Kamerleden (en fracties) formeel vrij zijn in hun oordeel over wetsvoorstellen, plegen zij in de praktijk veelal rekening te houden met de afspraken die de Tweede Kamerfracties hebben gemaakt. Op dit moment heeft het kabinet ook in de Eerste Kamer nog een meerderheid. Op 27 mei 2019 zal de samenstelling van de Eerste Kamer echter wijzigen als gevolg van de aankomende Provinciale Statenverkiezingen. Of de stemming in de Eerste Kamer nog vóór 27 mei 2019 kan en zal plaatsvinden, is nog niet bekend. Zo niet, dan is het des te spannender of er voor de WAB ook in de Eerste Kamer een meerderheid zal zijn. We wachten het af!