Sociale huurwoning en twee koopwoningen? Dat gaat niet samen.
Onlangs heeft de kantonrechter van de Rechtbank Amsterdam geoordeeld dat een woningcorporatie een huurovereenkomst mag beëindigen omdat de huurder zelf eigenaar was van meerdere koopwoningen. Volgens de kantonrechter weegt het maatschappelijk belang zwaarder dan het belang van de huurder om goedkoop te wonen. Hoe de kantonrechter tot dit oordeel kwam, licht ik hieronder toe.
Wat was er aan de hand?
De woningcorporatie verhuurt sinds 24 oktober 2014 een sociale huurwoning aan de huurder. Bij het aangaan van de huurovereenkomst had de huurder geen andere woningen in eigendom. Echter, in de periode daarna heeft hij twee woningen gekocht, met aanzienlijke hypotheeklasten en VVE-bijdragen. Deze woningen worden door de huurder verhuurd. De woningcorporatie heeft vervolgens de huurovereenkomst opgezegd op 10 juni 2024, omdat volgens haar de huurder niet meer tot de doelgroep behoort en er bovendien een groot tekort is aan sociale huurwoningen in Amsterdam. De gemiddelde wachttijd voor een sociale huurwoning in Amsterdam bedraagt ruim 13 jaar.
De huurder heeft onder andere aangevoerd dat de woningcorporatie meer woningen moest bouwen om in de vraag naar sociale huurwoningen te voorzien. Ook stelde de huurder dat zijn koopwoningen worden verhuurd en dat als hij in een van zijn koopwoningen moet wonen, zijn huurders op straat komen te staan.
De overwegingen van de kantonrechter
De woningcorporatie heeft de huurovereenkomst opgezegd wegens dringend eigen gebruik, en de kantonrechter moet beoordelen of deze opzegging rechtsgeldig is.
De kantonrechter overweegt dat een beroep op eigen gebruik ook kan slagen als het doel is om de woning opnieuw te verhuren aan iemand die wel in aanmerking komt voor sociale huur. Vervolgens overweegt de kantonrechter dat de woningcorporatie de woning ook dringend nodig heeft, gezien de lange wachttijden voor sociale huurwoningen en de wettelijke verplichting voor woningcorporaties om woningen te verhuren aan mensen die niet in hun eigen huisvestingsbehoefte kunnen voorzien.
De vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst op grond van dringend eigen gebruik kan vervolgens slechts worden toegewezen als er passende woonruimte voor de huurder beschikbaar is. De huurder heeft niet aangetoond dat zijn koopwoningen niet als passende woonruimte kunnen worden beschouwd. Ook heeft hij niet onderbouwd op welke voorwaarden zijn huurders huren.
De kantonrechter overweegt vervolgens dat het belang van de woningcorporatie om woningen beschikbaar te stellen voor mensen die niet zelf in hun huisvestingsbehoefte kunnen voorzien zwaarder weegt dan het belang van de huurder om zijn relatief goedkope huurwoning te behouden.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter oordeelt op basis van het voorgaande dat de huurovereenkomst kan worden beëindigd op grond van dringend eigen gebruik. Omdat onvoldoende duidelijk is op welke termijn de huurder zijn koopwoning kan gaan bewonen en of hij daarvoor de huurovereenkomst met een van zijn huurders moet gaan opzeggen, heeft de kantonrechter de ontruimingsdatum vastgesteld op 1 september 2025.
De uitspraak is volledig te lezen via deze link.
Tot slot
De kantonrechter hecht - naar mijn mening terecht – veel waarde aan het maatschappelijk belang en de wettelijke taak van een woningcorporatie. Zeker nu bijna overal lange wachtlijsten zijn voor sociale huurwoningen, is het des te belangrijker dat de woningen beschikbaar worden gesteld aan de doelgroep van de woningcorporatie.
